<p class="title-categorie">Ondervoeding</p>
<span class="description"><p>Ondervoeding is een voedingstoestand waarbij er sprake is van een disbalans tussen inname en behoeften van voedingsstoffen en energie waardoor er onbedoeld gewichtsverlies kan optreden. Onbehandelde ondervoeding kan ernstige gevolgen hebben op de kwaliteit van leven van de patiënt (bvb. slechtere wondgenezing, minder spierkracht, ...) en dient daarom steeds tijdig aangepakt te worden. Het gebruik van verrijkte en/of medische voeding kan hierbij een hulpmiddel zijn.</p><p>Op deze pagina vindt u meer informatie over studies, webinars en geschikte medische voeding.</p></span>
</div>
</div>
</div>
De spiermassa is een belangrijke antropometrische meting om de voedingstoestand en de algehele gezondheid van een patiënt te beoordelen. De spiermassa kan gemeten worden door gebruik van
Tijdens ESPEN-congress 2024 organiseerd Nestlé Health Science een symposium: Hoe kunt u de voedingsinname maximaliseren om klinische resultaten te verbeteren bij ziektegerelateerde ondervoeding?
Spreakers:
Prof. Alessandro Laviano
Prof. Maria Isabel Correia
Prof. Stuart Phillips
Prof Dr Philipp Schütz
Bekijk de opname van dit symposium en lees de samenvatting van de spreakers.
Hoe kunt u de voedingsinname maximaliseren om klinische resultaten te verbeteren bij ziektegerelateerde ondervoeding?
Nestlé Health Science symposium tijdens het ESPEN congres in Milan 2024.
Wat betekent voeding écht binnen de medische behandeling?
Prof. Alessandro Laviano nodigt ons uit om anders te kijken naar de rol van voedingszorg bij kwetsbare patiënten. Bekijk de video en ontdek waarom vroegtijdige, gepersonaliseerde interventies steeds meer aandacht krijgen.
Hoe vind je de juiste balans tussen energie en eiwitten bij voedingszorg?
Prof. Maria Isabel Correia deelt inzichten over het optimaliseren van voeding bij ondervoede patiënten.
Bekijk nu de video over hoe een gebalanceerde energie- en eiwitinname kan bijdragen aan betere klinische resultaten bij ziektegerelateerde ondervoeding. Gepresenteerd door Prof. Maria Isabel Correia tijdens ESPEN-congress 2024.
Wat gebeurt er met onze spieren tijdens rust of inactiviteit?
Prof. Stuart Phillips bespreekt hoe aminozuren zoals leucine en HMB, samen met eiwitkwaliteit, bijdragen aan het behoud van musculoskeletale gezondheid. Bekijk de video en ontdek waarom voeding ook in rustperiodes een actieve rol speelt.
Wat is de impact van orale voedingssupplementen bij ziektegerelateerde ondervoeding?
Prof. Philipp Schütz presenteert evidence-based strategieën om de voedingsinname te maximaliseren en klinische resultaten te verbeteren. Ontdek hoe energierijke, eiwitrijke supplementen bijdragen aan betere zorguitkomsten en waarom voeding een essentieel onderdeel is van medische behandeling.
Wat zijn de grootste uitdagingen én kansen in klinische voeding vandaag?
Prof. Laviano, Prof. Correia, Prof. Phillips en Prof. Schütz gaan met elkaar in gesprek. Ze delen inzichten over spiergezondheid, energie-eiwitbalans en gepersonaliseerde voedingsstrategieën. Bekijk de video voor een boeiend debat vol praktijkgerichte aanbevelingen.
Ondervoeding is een veel voorkomend probleem: er wordt geschat dat 20-25% van de patiënten in het ziekenhuis, de zorginstellingen en de thuiszorg ondervoed zijn. Helaas wordt ondervoeding lang niet altijd als zodanig herkend, met alle gevolgen van dien. Dat de behandeling van ondervoeding levens kan redden weten we allemaal al lang, maar wist je ook dat dit op zowel de korte als lange termijn geld bespaart? De behandeling van ondervoeding is simpel, effectief én kosten besparend! Wil je meer weten? Lees dan het volledige artikel.
Op 19 juni jl. verscheen het rapport "Ondervoeding in de zorg: behandeling loont", geschreven door Mark Nuijten, in opdracht van Eurocept Homecare, Kenniscentrum Ondervoeding, MediReva, Sorgente en de Vereniging van Nederlandse Fabrikanten van Kinder- en Dieetvoedingsmiddelen (VNFKD).
Achtergrond
Er wordt geschat dat tussen de 20 en 25% van de volwassen patiënten in het ziekenhuis, de zorginstellingen en de thuiszorg ondervoed zijn. Helaas krijgt lang niet iedereen de behandeling die nodig is om ondervoeding tegen te gaan, terwijl behandeling loont. In 2014 werd reeds een vergelijkbaar economisch onderzoek uitgevoerd om de maatschappelijke kosten van ondervoeding in Nederland in kaart te brengen. Toen werden de totale maatschappelijke kosten van ondervoeding ingeschat op € 1,8 miljard per jaar. Aangezien er in 10 jaar tijd veel veranderd is, werd een nieuwe analyse noodzakelijk geacht.
Het huidig onderzoek stelde 2 doelstellingen:
Het bepalen van de kosten van onbehandelde ondervoeding in Nederland (uitgaande van de zorgkosten in 2023).
Het bepalen van de kosten en de baten van de behandeling van ondervoeding. Meer specifiek de dieetbehandeling met zo nodig gebruik van medische drinkvoeding in ziekenhuizen, zorginstellingen (intramuraal) en thuis (extramuraal, met of zonder thuiszorg) in 2023.
De belangrijkste resultaten kunnen als volgt worden samengevat:
De directe medische kosten van onbehandelde ondervoeding worden geschat op € 3 miljard in het jaar waarin de ondervoeding optreedt. Dit is 3,4% van de totale jaarlijkse zorgkosten in Nederland in 2023!
De totale kosten van onbehandelde ondervoeding in het jaar van optreden van de ondervoeding bedragen € 5,4 miljard. Hieronder vallen: niet-medische kosten, indirecte kosten aan arbeidsverzuim en de kosten door verlies aan QALYs (Quality Adjusted Life Years - d.w.z. de winst in de voor kwaliteit gecorrigeerde levensjaren).
Wanneer iemand 5 jaar lang onbehandeld blijft voor ondervoeding kunnen deze kosten oplopen naar € 15,0 miljard.
M.b.t. de kosten en baten kan het volgende worden samengevat: de kosten voor de behandeling van ondervoeding worden berekend op € 360 miljoen. De daaraan gelinkte baten van directe medische kosten door behandeling van ondervoeding worden berekend op € 583 miljoen. De behandeling van ondervoeding levert hierdoor een netto besparing van directe medische kosten op van € 223 miljoen (€ 583 miljoen - € 360 miljoen). Wanneer de overige kosten in het jaar van optreden van de ondervoeding hierbij op worden geteld loopt dit zelfs op naar een netto kostenbesparing van € 749 miljoen (denk hierbij aan besparingen op niet-medische kosten, lagere indirecte kosten aan arbeidsverzuim en lagere kosten door minder verlies aan QALYs). Als deze analyse verder wordt uitgebreid tot 5 jaar lopen de netto besparingen verder op naar € 5,2 miljard!
Door de behandeling van ondervoeding leven mensen langer, deze extra levensjaren brengen echter wel kosten met zich mee. Om hier meer inzicht in te verkrijgen werd er ook gekeken naar de doelmatigheid van de behandeling van ondervoeding over een levenslange periode. Dit werd berekend door de netto extra kosten door de behandeling van ondervoeding, zonder de monetaire waarden van de QALYs, te delen door de winst in QALYs. Hierdoor krijg je uiteindelijk een waarde voor de kosten per QALY; voor de behandeling van ondervoeding werden deze berekend op € 15.552. In Nederland is men bereid om € 20.000 tot € 80.000 per QALY te besteden, afhankelijk van de ziektelast. Met een kost per QALY van € 15.552 kan de behandeling van ondervoeding als zeer doelmatig worden beschouwd.
In het kort:
Elke geïnvesteerde euro die besteed wordt aan de behandeling van ondervoeding levert € 2,08 op (€ 749 miljoen / €360 miljoen) in het jaar van het optreden van de ondervoeding.
Wanneer deze analyse wordt uitgebreid over 5 jaar, levert elke geïnvesteerde euro € 14,44 op (€ 5,2 miljard / € 360 miljoen).
Concluderend kan dus gesteld worden dat de behandeling van ondervoeding op zowel korte als lange termijn kostenbesparend is.
Het volledige Nederlandstalige rapport kunt u hier zelf nalezen.
Wist u dat er ook gevalideerde screeningstools beschikbaar zijn om ondervoeding te checken bij ouderen? Het invullen van de volledige MNA duurt 10 tot 15 minuten, klik hier om de MNA te bekijken.
Dit rapport werd mede mogelijk gemaakt dankzij de MNI GROW 6 van de "Medical Nutrition Industry" (MNI).
2% van de Belgen ouder dan 65 jaar is ondervoed en 29% loopt risico op ondervoeding. Is uw patiënt ondervoed?
Ondervoede mensen hebben meerdere symptomen, zoals verlies van eetlust, onvermogen om te kauwen of te slikken, verminderde spierkracht, onvrijwillig gewichtsverlies, ontstekingen, enz. Ondervoeding heeft lichamelijke en psychische gevolgen die kunnen leiden tot een verminderde kwaliteit van leven.
Sciensano voerde een studie uit bij Belgen van 65 jaar en ouder aan de hand van een vragenlijst genaamd "self Mini Nutritional Assessment" (self MNA). Om de resultaten te lezen, gelieve in te loggen.
Ondervoeding is een veel voorkomende en onderschatte aandoening, vooral bij de oudere bevolking. De voedingstoestand van ouderen hangt af van vele factoren, zoals fysiologische veranderingen die verband houden met veroudering, de langetermijneffecten van een chronische ziekte of het nemen van medicijnen, maar wordt ook beïnvloed door psychologische factoren of levensomstandigheden, zoals een persoon die alleen woont of in rouw is.
Ondervoeding kan aanzienlijke gevolgen hebben, zoals een verhoogde mortaliteit, een grotere kans op infectie of een verminderde kwaliteit van leven.1
Het is belangrijk om ondervoeding zo snel mogelijk te diagnosticeren om zo snel mogelijk in te grijpen door voedingsondersteuning te bieden en verdere achteruitgang te voorkomen en de toestand van de patiënt te verbeteren. De Mini Nutritional Assessment (MNA) maakt het mogelijk om het risico op ondervoeding in te schatten en ondervoede ouderen te identificeren.2 Om toegang te krijgen tot de interactieve tool, klikt u op deze link.
Voor zelfstandig wonende ouderen is er een zelfevaluatie versie van opgezet onder de naam "self-MNA".3
Sciensano bestudeerde het risico op ondervoeding bij de Belgische bevolking ouder* dan 65 jaar. Deelnemers van 65 jaar en ouder vulden de self-MNA-vragenlijst in om hun voedingstoestand te beoordelen op basis van de behaalde score.4
Hier zijn enkele belangrijke bevindingen uit deze studie:
2% van de ouderen ≥ 65 j is ondervoed en 29% van deze populatie loopt een risico op ondervoeding. Vrouwen hebben meer kans op ondervoeding en lopen een hoger risico op ondervoeding dan mannen:
Uit de analyse per regio, bleek dat het percentage ondervoeding in Brussel hoger was en dat het risico op ondervoeding in Wallonië hoger was in vergelijking met Vlaanderen of Brussel:
Voor meer informatie kunt u terecht op de pagina van Sciensano
*Ouderen (65+) in woonzorgcentra of die in het ziekenhuis zijn opgenomen of die niet zonder hulp konden worden geïnterviewd (bijv. personen met dementie) zijn hierin niet meegenomen.
Referenties:
Guigoz Y, Vellas B, Garry PJ. Assessing the nutritional status of the elderly: The Mini Nutritional Assessment as part of the geriatric evaluation. Nutr Rev. 1996 Jan;54(1 Pt 2):S59-65. doi: 10.1111/j.1753-4887.1996.tb03793.x. PMID: 8919685
Vellas B, Villars H, Abellan G, Soto ME, Rolland Y, Guigoz Y, Morley JE, Chumlea W, Salva A, Rubenstein LZ, Garry P. Overview of the MNA--Its history and challenges. J Nutr Health Aging. 2006 Nov-Dec;10(6):456-63; discussion 463-5. PMID: 17183418.
Donini LM, Marrocco W, Marocco C, Lenzi A. Validity of the Self- Mini Nutritional Assessment (Self- MNA) for the Evaluation of Nutritional Risk. A Cross- Sectional Study Conducted in General Practice. J Nutr Health Aging. 2018;22(1):44-52. doi: 10.1007/s12603-017-0919-y. PMID: 29300421.
Risico op ondervoeding bij ouderen, Voedselconsumptiepeiling 2022-2023, Juni 2024, Brussel, België, https://www.sciensano.be/nl/resultaten-van-de-nationale-voedselconsumptiepeiling-2022-2023/gewichtstoestand-en-eetstoornissen/risico-op-ondervoeding-bij-ouderen
Leer hoe ondervoeding te screenen en diagnosticeren bij kinderen en ouderen met behulp van de GLIM-criteria. Ontdek gevalideerde tools zoals STRONGkids en de MNA® voor een effectieve beoordeling en diagnose van ondervoeding.
In 2016 werd het GLIM-consortium opgericht met als doel om een wereldwijde consensus te krijgen rond het begrip "ondervoeding". Het consortium publiceerde in 2019 de GLIM-critieria om ondervoeding te diagnosticeren en om een beschrijving te kunnen geven van de ernst van de ondervoeding1. Inmiddels zijn er al meer dan 200 studies gepubliceerd die gebruik maken van deze criteria!
DIAGNOSE ondervoeding
Om ondervoeding te kunnen diagnosticeren stelt het GLIM-consortium een stappenplan voor. Dit stappenplan bestaat uit 4 fases en begint met de screening op ondervoeding met een gevalideerde screeningstool, de zogenaamde "risico screening". Tabel 1 geeft een overzicht van gevalideerde screeningstool die voor dit doeleinde gebruikt kunnen worden.
Tabel 1. Overzicht van gevalideerde screeningstools die gebruikt kunnen worden in stap 1 van de GLIM criteria "risico screening".
Stap 2 in de diagnose van ondervoeding is om een "diagnostische beoordeling" uit te voeren (Figuur 1, 2). Dit gebeurt door een beoordeling te geven op de volgende elementen:
Fenotypische criteria: gewichtsverlies, een lage BMI en/of verminderde spiermassa.
Etiologische criteria: een verminderde voedingsinname, een ziektelast en/of inflammatoire conditie.
Wist u dat? De 'Mini Nutritional Assessment' MNA® voldoet aan alle GLIM-criteria? Het is mogelijk om alle 6 de verschillende aspecten van de GLIM criteria te meten met de MNA®!
Figuur 1. Schematisch overzicht van de diagnose "ondervoeding" volgens de GLIM criteria.
Figuur 2. Overzicht fenotypische & ethiologische criteria. Figuur aangepast & vertaald vanuit Cederholm et al. Journal of Cachexia, Sarcopenia and Muscle 2019; 10: 207–217.
De diagnose "ondervoeding" kan gesteld worden wanneer een patiënt minstens 1 fenotypisch én 1 etiologisch kenmerk heeft. Dus bijvoorbeeld: de patiënt heeft gewicht verloren én heeft een inflammatoire conditie.
Als laatste kan er ook nog een inschatting worden gemaakt naar de ernst van de ondervoeding op basis van de fenotypische criteria (mate van gewichtsverlies, BMI-waarde en de verminderde spiermassa - Figuur 3).
Figuur 3. De ernst van de ondervoeding kan worden bepaald a.d.h.v. de fenotypische criteria. Figuur aangepast & vertaald vanuit Cederholm et al. Journal of Cachexia, Sarcopenia and Muscle 2019; 10: 207–217.
• Gewichtsverlies o Matige ondervoeding: 5-10% in de afgelopen 6 maanden of 10-20% over meer dan 6 maanden o Ernstige ondervoeding: meer dan 10% in de afgelopen 6 maanden of meer dan 20% over meer dan 6 maanden • Verlaagde BMI o Matige ondervoeding: minder dan 20 BMI voor volwassenen ouder dan 70 jaar, of minder dan 22 BMI voor volwassenen 70 jaar of ouder o Ernstige ondervoeding: minder dan 18,5 BMI voor volwassenen ouder dan 70 jaar of minder dan 20 voor volwassenen 70 jaar of ouder
In onderstaande vereenvoudigde overzicht (Tabel 2) is weergegeven welke screeningstools welke criteria meenemen in de vragenlijsten.
Tabel 2. Overzicht van een aantal beschikbare screeningstools en welke GLIM criteria ermee gemeten kunnen worden. Figuur aangepast & vertaald vanuit De van der Schueren et al. Clin Nutr 2023:41(10):2163-2168.
Moeite om de lengte te bepalen voor de BMI? Gebruik dan de beenmeter. Meer informatie
Kan je de spiermassa niet makkelijk bepalen? Een armomtrekmeter kan u hierbij helpen. Meer informatie
Referenties
Cederholm T, Jensen GL, Correia MITD, et al. GLIM Core Leadership Committee; GLIM Working Group. GLIM criteria for the diagnosis of malnutrition - A consensus report from the global clinical nutrition community. Clin Nutr. 2019 Feb;38(1):1-9.
De van der Schueren et al. Malnutrition risk screening: New insights in a new era. Clin Nutr 2023: 41(10):2163-2168
Ondervoeding, frailty en sarcopenie zijn prevalent bij de oudere patiënt.
Het Nestlé Health Science symposium tijdens EUGMS 2023 lichtte deze syndromen toe bij:
orthogeriatrische patiënten
oudere patiënten met kanker
ouderen met sarcopenie dysfagie
Specialisten in het domein, prof. Alfonso Cruz-Jentoft, prof. Paula Ravasco en dr. Elisabet Sánchez, presenteerden de invloed van voeding op de gezondheid van ouderen en gaven praktische tips over hoe voeding kan helpen.
Gedurende de afgelopen 25 jaar zijn ondervoeding, frailty en sarcopenie dagelijkse korst in de geriatrie. Een sleutelfactor in deze syndromen is voeding en spiermassa.
Er is veel onderzoek dat aangeeft dat een verbetering in de prognose van oudere mensen met ondervoeding, frailty en sarcopenie door het gebruik van medische voeding. Huidige ESPEN richtlijnen over klinische voeding en hydratatie in de oudere patiënt ondersteunen het gebruik van orale medische voeding (ONS).1
Samenwerking tussen verschillende gespecialiseerde professionals die betrokken zijn bij de zorg van ouderen is essentieel om de behandelefficiëntie en patiëntenzorg van oudere patiënten te verbeteren.
Het aanpakken van de voedingszorg op de orthogeriatrische afdeling.
Prof. Alfonso Cruz-Jentoft
Ondervoeding komt veel voor bij patiënten bij opname met een heupfractuur en neemt snel toe. Ongeveer 58% van degenen die revalidatie ontvangen, zal ondervoed zijn.
Ondervoede patiënten met een heupfractuur hebben:
een hogere mortaliteit
een hoger risico op postoperatief delirium
verminderd cognitief vermogen
meer functionele afhankelijkheid met vertraagde mobilisatie en loopvaardigheid bij ontslag uit het ziekenhuis
een hoger risico op opname in een verpleeghuis
een hoger risico op het krijgen van periprothetische fracturen
ESPEN-richtlijnen raden aan om medische voeding (ONS) voor te schrijven aan patiënten met een heupfractuur als onderdeel van een multidimensionale, multidisciplinaire teaminterventie.
Op de orthogeriatrische afdeling van Prof. Alfonso Cruz-Jentoft in Madrid, wordt ondervoeding en dysfagie beoordeeld bij opname. Voedingsinterventie wordt direct gestart bij patiënten met (risico op) ondervoeding. Hierbij wordt specifieke medische voeding (ONS), met wei-eiwitten, calcium en vitamine D, routinematig voorgeschreven voor drie maanden.
Dit model van voedingszorg kan nuttig zijn voor andere orthogeriatrische afdelingen om betere patiëntresultaten te behalen.
Bekijk het symposium:Changing the patterns of nutritional care in the orthogeriatric ward. (17 minuten)
Lees de geschreven verslag (Engels).
Ondervoeding, sarcopenie en frailty; priorteit in de behandeling van de oncogeriatrische patiënt.
Prof. Paula Ravasco
Patiënten met kanker-gerelateerde ondervoeding behoren tot de meest ondergediagnosticeerde patiëntengroepen, wat leidt tot ernstige gevolgen:
Sarcopenie
Frailty, wat leidt tot verminderde zelfstandigheid en kwaliteit van leven
Verhoogde toxiciteit van chemotherapie
Verminderde tolerantie voor antikankertherapie
Hogere complicaties en risico op infecties
Langere ziekenhuisopname
Figuur 1. Gevolgen van ondervoeding bij patiënten met kanker.
Vroegtijdige voedingsinterventie heeft potentieel om de bijwerkingen van therapie te verminderen en optimaliseert de kans op succesvolle behandeling en overleving.
De ESPEN-richtlijnen voor voeding bij kankerpatiënten adviseren patiënten die kunnen eten maar (risico op) ondervoeding lopen om de voedingsinname te verhogen door:
Voedingsadvies
Behandeling van symptomen en verstoringen die de voedselinname belemmeren
Aanbieden van orale medische voeding (ONS)
Praktische protocollen kunnen worden gebruikt om het multidisciplinaire team betrokken bij patiënten met kanker te ondersteunen bij het beoordelen en behandelen van ondervoeding, frailty en sarcopenie.
Er is behoefte aan samenwerking tussen verschillende gespecialiseerde professionals die betrokken zijn bij de kankerzorg om de behandelefficiëntie en patiëntenzorg te beoordelen en te verbeteren.
Bekijk het symposium:Malnutrition, sarcopenia and frailty; corner stone in the management of the oncogeriatric patient. (18 minuten)
Lees de geschreven verslag (Engels).
Uitdagingen in de zorg van oudere volwassenen met sarcopenie-dysfagie en ondervoeding.
Dr. Elisabet Sánchez
Sarcopenie-dysfagie wordt gedefinieerd als moeilijkheden met slikken als gevolg van sarcopenie van de slik- en algemene verzwakking van de skeletspieren. Zowel primaire als secundaire sarcopenie, veroorzaakt door inactiviteit, ondervoeding of ziekte, vallen onder de definitie van sarcopenie-dysfagie.
De primaire behandelingen voor orofaryngeale dysfagie omvatten compensatiestrategieën zoals houdingsaanpassingen, slikbeweging en dieetaanpassingen om de veiligheid tijdens het slikken te verbeteren.
Naast de aanpassingen in consistentie van de voeding, is het cruciaal om te zorgen voor voldoende calorie- en eiwitinname. Algemene aanbevelingen voor voedingsinterventie bij sarcopenie dysfagie is een calorie-inname van > 30 kcal/kg/dag en een eiwitinname van ≥ 1,2 g/kg/dag. Voedingsbehoeften kunnen hoger zijn bij ondervoede patiënten met comorbiditeiten.
Het multidisciplinaire team moeten zich ervan bewust zijn dat het bereiden van voedsel dat voldoet aan de eiwitbehoefte met consistentiemodificaties uitdagend en tijdrovend kan zijn. Het gebruik van eiwitrijke orale medische voeding (ONS) wordt aanbevolen om het dieet van patiënten te versterken en eiwitondervoeding en sarcopenie dysfagie te beheersen.
Andere relevante interventies bij de behandeling van dysfagie omvatten educatie, mondhygiëne, het beheersen van xerostomie en revaluatie van medicatie.
Bekijk het symposium:Challenges in the care of sarcopenic dysphagia in older adults with malnutrition. (18 minuten)
Lees de geschreven verslag (Engels).
Volkert D, Beck AM, Cederholm T, Cruz-Jentoft A, Hooper L, Kiesswetter E, Maggio M, Raynaud-Simon A, Sieber C, Sobotka L, van Asselt D, Wirth R, Bischoff SC. ESPEN practical guideline: Clinical nutrition and hydration in geriatrics. Clin Nutr. 2022 Apr;41(4):958-989.
Functional status and quality of life are important outcomes especially as we age. From international guidelines ESPEN (European Society for Clinical Nutrition and Metabolism) there is a grade A recommendation to use oral medical nutrition to improve or maintain nutritional status in frail older adults. There is also recognition of the positive benefits of exercise in the aging population.
PUBLICATION SUMMARY
Effects of an Oral Nutritional Supplementation Plus Physical Exercise Intervention on the Physical Function, Nutritional Status, and Quality of Life in Frail Institutionalized Older Adults: The ACTIVNES Study
Abizanda P, López MD, García VP, Estrella Jde D, da Silva González Á, Vilardell NB, Torres KA* J Am Med Dir Assoc. 2015 May 1;16(5):439.e9-439.e16
Objective
To assess the effects of a high protein high calorie ONS with prebiotic fiber, vitamin D, and calcium (Resource® Senior Activ), plus a standardized physical intervention, in the functional status, strength, nutritional status, and quality of life of frail institutionalized older adults.
Late-Life Function and Disability Instrument (SF-LLFDI)
Handgrip strength
EuroQoL-5 Dimensions visual analogic scale
Weight
BMI
Mini Nutritional Assessment (MNA)
Blood tests
BIA
Results
76% completed the 12 week intervention (n=69)
Adherence to ONS: 62.6% of participants consumed >80%
Adherence to exercise: 93.4% of participants exercised >80%
Function Status
Mean values significant after 6 weeks but not 12 weeks
Quality of Life
EQ-5D VAS – 6 weeks: 60–66 (6; 3–10)†
EQ-5D VAS – 12 weeks: 59–64 (5; 0–10)∗
Nutrition Status
Weight 59.9–61.6 (1.7; 0.9–2.5) ‡
BMI: 26.5–27.3 (0.8; 0.4–1.2)‡
MNA: 10.3–11.1 (0.8; 0.1–1.5)∗
Speed D: 17.4–25.3 (7.9; 5.0–10.8)‡
∗ P < .05 ; † P < .01 ; ‡ P < .001. Participants had greater probability of improving functional status when they presented with lower baseline scores, lower baseline BMI, lower vitamin D levels, and more baseline frailty criteria.
Conclusion
A specific ONS supplementation (high protein, high calorie, extra vit D and calcium) plus physical exercise in frail institutionalized older adults, improved functional status at 6 weeks, nutritional status at weeks 6 and 12, and quality of life at weeks 6 and 12.
Elderly residents with a lower BMI, lower previous physical function, higher number of frailty criteria, and lower vitamin D levels had an independent association with functional improvement.
Meten is weten en cruciaal om de nutritionele toestand van de betrokkene te optimaliseren en/of te behouden. De MNA is een gevalideerde screeningstool voor (het risico op) ondervoeding te bepalen bij volwassenen vanaf 65 jaar en ouder en voldoet aan de Global Leadership Initiative on Malnutrition (GLIM) criteria. Met de MNA® kan ondervoeding snel, efficiënt en veilig gesignaleerd worden bij ouderen.
Dehydratatie komt vaak voor bij hoogrisico groepen bijvoorbeeld mensen met dysfagie en ouderen. - 37,5% van kinderen met CP - 20-30% van de ouderen in verzorgingshuizen Beoordelen van de hydratatiestatus is complex en moeilijk en wordt daardoor vaak niet uirgevoerd. Toch heeft dehydratie grote gevolgen op klinische uitkomsten en welbevinding. Lees meer over de screening en het monitoren van de vochtbalans.
Het risico op ondervoeding is hoog bij de europese bevolking. Een goede opvolging van de voedingstoestand is belangrijk voor de patiënt.
33 miljoen volwassenen in Europa hebben risico op ondervoeding.1
Ondervoede patiënten hebben meer risico op complicaties, infecties, langer ziekenhuisverblijf en daarnaast ook verhoogde kans op mortaliteit
Ondervoeding komt voor bij verschillende soorten patiënten, onder andere bij patiënten die niet voldoende voeding binnenkrijgen vanwege een ernstige ziekte of na opname op de ICU, ouderdom,...
Het belang van screening op ondervoeding bij patiënten (d.m.v. MNA, SNAQ,…) is al langer geïntegreerd in onze ziekenhuizen en rusthuizen. Op Europees niveau heeft men het belang van medische voeding bij het herstel van de ondervoede patiënt bestudeerd en gepubliceerd.
De ESPEN* guidelines2 over de optimalisatie van voeding in een notendop:
Ondervoede patiënten dienen advies te krijgen van ervaren diëtisten
Suppletie van vitaminen en mineralen zoals vitaminen A, D en andere micronutriënten zijn belangrijk bij het herstel
Fysieke activiteit voor de heropbouw van de spieren is aanbevolen
Orale medische voeding wanneer de gewone voeding niet toereikend is om de nutritionele doeleinden te bereiken
Vandaag is er een breed assortiment beschikbaar aan medische voeding, specifiek voor patiënten met (risico op) ondervoeding.
Volledige/complete medische voeding kan ingezet worden ter vervanging van een maaltijd omdat het volledig is in vitaminen (incl. A en D) en mineralen of als aanvullende voeding ter ondersteuning op orale inname.
Medische voeding is doorgaans verrijkt met kwaliteitsvolle eiwitten met volledig aminozuurprofiel.
Bij patiënten in thuissituaties waar de diëtist nog niet geconsulteerd is, raden wij aan de huidige voedingsprotocollen te raadplegen. Huidige protocollen geven vandaag de dag aan dat de vroege introductie van medische voeding bij patiënten positief is bij het herstel.3 Medische voeding dient onder medisch toezicht gebruikt te worden.
1. MNI nutrition. Better care through better nutrition: value and effects of medical nutrition - A summary of the evidence base. 2018 2. Caccialanza R, Laviano A, Lobascio F, et al. Early nutritional supplementation in non-critically ill patients hospitalized for the 2019 novel coronavirus disease (COVID-19): Rationale and feasibility of a shared pragmatic protocol. Nutrition 2020;74:110835. doi:10.1016/j.nut.2020.110835