Sorry, you need to enable JavaScript to visit this website.

Deze website is exclusief voor zorgprofessionals in Nederland en België

Taal:

Open Menu
Ícone
Ondervoeding
Color
104C7E
Banner
<div class="container"><br><br>
<div class="container--gray">
<div class="card card-spotlight card-spotlight--conteudos">
<a href="#"></a>
<img data-src="https://www.nestlehealthconnect.be/sites/default/files/2025-08/Expertise-Malnutrition-480x300px.jpg" alt="Ondervoeding" data-ll-status="loaded" class="entered lazy-loaded" src="https://www.nestlehealthconnect.be/sites/default/files/2025-08/Expertise-Malnutrition-480x300px.jpg">
<p class="categorie" style="background: #104C7E;">Ondervoeding</p>
</div>
<div class="description-spotlight">

<p class="title-categorie">Ondervoeding</p>
<span class="description"><p>Ondervoeding is een voedingstoestand waarbij er sprake is van een disbalans tussen inname en behoeften van voedingsstoffen en energie waardoor er onbedoeld gewichtsverlies kan optreden. Onbehandelde ondervoeding kan ernstige gevolgen hebben op de kwaliteit van leven van de patiënt (bvb. slechtere wondgenezing, minder spierkracht, ...) en dient daarom steeds tijdig aangepakt te worden. Het gebruik van verrijkte en/of medische voeding kan hierbij een hulpmiddel zijn.</p><p>Op deze pagina vindt u meer informatie over studies, webinars en geschikte medische voeding.</p></span>
</div>
</div>
</div>
Custom Class
ondervoeding

Herziene richtlijn: Screenen op ondervoeding met MNA-sf

In januari 2026 werd de Nederlandse richtlijn “ondervoeding bij ouderen met een kwetsbare gezondheid” herzien door de werkgroep van de Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie (NVKG). Een aanbeveling die hier naar voren kwam, ging over de screening bij ondervoeding. Tot hiertoe gebruikten de meeste ziekenhuizen de screeningtools MUST of de SNAQ maar in deze herziening wordt aanbevolen om de MNA®-SF (Mini Nutritional Assessment – Short Form) te gebruiken bij ouderen die opgenomen zijn in het ziekenhuis.

Herziene richtlijn ondervoeding bij ouderen met een kwetsbare gezondheid adviseert MNA®-SF als screeningstool

Ondervoeding blijft een frequent (onderbelicht) probleem waar verschillende patiëntenpopulaties mee te kampen hebben, zo ook gehospitaliseerde ouderen. Ondervoeding kan verschillende negatieve gevolgen met zich mee brengen waaronder minder goede kwaliteit van leven, een langer ziekenhuisverblijf en meer risico’s op complicaties. Hierdoor is het belangrijk om (risico op) ondervoeding tijdig op te sporen door een adequate screening uit te voeren opdat er tijdig een correcte diagnose gesteld kan worden alsook een gepaste interventie kan gestart worden.

Tot hiertoe werden in ziekenhuizen vaak de SNAQ en MUST vragenlijsten ingezet als screeningstool voor (risico op) ondervoeding maar recente richtlijnen in Nederland adviseren nu om bovenstaande tools te vervangen door de gevalideerde MNA®-SF (Mini Nutritional Assessment – Short Form):

Screen ouderen met een kwetsbare gezondheid die worden opgenomen in het ziekenhuis op het risico op ondervoeding binnen 24 uur na opname: Gebruik hiervoor bij voorkeur de MNA®-SF.

De MNA®-SF is specifiek ontwikkeld voor oudere patiënten (≥65 jaar) en laat een accuratere inschatting toe van het risico op ondervoeding, doordat er meer parameters bevraagd worden dan enkel het gewicht. Daardoor voldoet deze screeningtool aan de Global Leadership Initiative on Malnutrition (GLIM-criteria).

In de MNA®-SF screeningstool wordt er gepeild naar volgende aspecten:

  • Minder eten
  • Gewichtsverlies gedurende de afgelopen maanden
  • Mobiliteit
  • Psychische stress of een ernstige ziekte
  • Neuropsychologische problemen
  • Body Mass Index (BMI)

Met deze herziening van de richtlijn, wordt er niet alleen getoond dat het belangrijk is om een screeningtool voorhanden te hebben die geschikt is voor specifieke noden van de patiënt alsook dat er niet enkel gekeken moet worden naar het gewicht maar ook naar het bredere aspect.

Raadpleeg de volledige richtlijn hier.

Ondervoeding richtlijnen 2026
Main Category
Article Type
Image Type Desktop
Ondervoeding richtlijnen 2026
Medical Speciality
Anonymous access
Uit

Sensorische beoordeling van Resource® Ultra+

Deze poster toont de resultaten van een sensorische beoordelingstest van orale medische voeding, Resource® Ultra+ die werd uitgevoerd tijdens het ESPEN congres 2025 bij verschillende HCP’s. De deelnemers proefden de eiwit- en energierijke Resource® Ultra+, in hun favoriete smaak en vulden een korte gevalideerde vragenlijst (Madrid Schaal) in die peilde naar verschillende sensorische kenmerken van het product (smaak, geur, textuur, …). Deze bevraging is belangrijk om de sensorische eigenschappen te evalueren en mogelijks de therapietrouw bij patiënten te verhogen m.b.t. het innemen van orale medische voeding. 

Sensorische beoordeling van een geconcentreerde, eiwit- en energierijke orale medische voeding, Resource® Ultra+: implicaties op de therapietrouw

Resource Ultra + product gamma

Ondervoeding blijft ook vandaag nog een veel voorkomend probleem bij patiënten in verschillende settings:

  • ~ 3% ondervoeding bij thuiswonende volwassenen ≥ 65 jaar
  • ~ 20% (risico op) ondervoeding bij gehospitaliseerde patiënten ≥ 65 jaar
  • ~ 30% ondervoeding bij bewoners van woonzorgcentra, langdurige zorg en revalidatie

Bovenstaande cijfers tonen het belang aan van een goede nutritionele status en indien er via gewone voeding niet aan de nutritionele behoefte voldaan wordt, kan orale medische voeding een belangrijke rol spelen om de voedingstoestand van de patiënt te verbeteren. De klinische voordelen van orale medische voeding zijn reeds meermaals wetenschappelijk aangetoond maar de uitdaging blijft om de therapietrouw bij het gebruik van dergelijke producten bij patiënten te verhogen. Hierbij spelen de sensorische kenmerken van orale medische voeding een belangrijke rol in de aanvaardbaarheid.

In deze sensorische beoordeling proefden meer dan 200 verschillende zorgprofessionals (diëtisten, artsen, verpleegkundigen, …) de eiwit- en energierijke bijvoeding, Resource® Ultra+ in hun smaak naar voorkeur. Vervolgens vulden ze een korte gevalideerde vragenlijst in (Madrid Schaal) om te peilen naar hoe ze de smaak, geur, textuur, … ervaarden van deze specifieke orale medische voeding.

 

Belangrijkste bevindingen van deze bevraging:

Qua algemene aanvaardbaarheid, apprecieerde 95,8% van de deelnemers het product.

Bij specifiekere vragen over de sensorische kenmerken, kwamen volgende resultaten naar voren:

  • 89,9% ervaarden het uitzicht als aangenaam
  • 71,8% ervaarden de geur als aangenaam
  • 62,5% ervaarden de smaak als goed (slechts 1,3% ervaarden het slecht)
  • 68,1% ervaarden de textuur als geschikt
  • 73,6% ervaarden de zoetheid als geschikt

Bovenstaande resultaten tonen een hoge algemene aanvaardbaarheid volgens verschillende zorgprofessionals en toont bijgevolg een gunstig sensorisch profiel van Resource® Ultra+ met een gemiddelde totaalscore van 20,9 op 24 volgens de Madrid Schaal.

Dit alles kan een belangrijke rol spelen om de therapietrouw en aanvaardbaarheid van orale medische voeding bij patiënten met (risico op) ondervoeding te verhogen aangezien het sensorieel profiel een belangrijke rol speelt binnen de acceptatie van het product.

In onderstaande poster kan u zelf de belangrijkste bevindingen nalezen:

 

 

Deze browser ondersteunt geen PDF-bestanden. Download de PDF om deze te bekijken. Download pdf.

Resource Ultra + Sensory onderzoek
Main Category
Article Type
Image Type Desktop
Resource Ultra + Sensory onderzoek
Medical Speciality
Anonymous access
Uit

Resource® ULTRA+ extra vanillesmaak

INGREDIËNTEN

 

BENODIGDHEDEN

  • Glas
  • Koffielepel

 

BEREIDING

  1. Strooi kaneel over de gekoelde Resource® ULTRA+ vanillesmaak en roer met een lepel.

 

Download meer Resource® ULTRA+ recepten.

 Recept Resource ULTRA + vanillesmaak
/sites/default/files/2024-06/Recepten_Resource_Ultra_Plus_ONS-070-122023-NL_0.pdf
Recept Resource ULTRA + vanillesmaak
Main Category
Article Type
Image Type Desktop
Recept Resource ULTRA + vanillesmaak
Anonymous access
Uit

Resource Junior vanillesmaak Ijslolly

INGREDIËNTEN

  • Resource® Junior vanillesmaak
  • Kleine zachte stukjes fruit (vb. mango, banaan, aardbei)

 

BENODIGDHEDEN

  • Ijslollyvormpjes
  • Stokjes

 

BEREIDING

  1. Schud het het flesje Resource® Junior goed voor opening en verdeel de inhoud vanover de ijslollyvormpjes.
  2. Maak het fruit schoon, snijd het in kleine stukjes en verdeel deze over de ijsvormpjes
  3. Plaats de stokjes in de vormpjes.
  4. Zet de vormpjes in de vriezer en laat minstens 4 uur invriezen, tot de ijsjes volledig bevroren zijn.
  5. Haal de ijslolly's uit de vormpjes en serveer.

 

Tips van de chef

  • Gebruik verschillende ijsvormpjes of kleurrijke stokjes om het extra leuk te maken voor kinderen. Laat kinderen zelf hun favoriete stukjes fruit kiezen voor een speelse touch.

 

ALLERGENEN

  • Resource® Junior bevat melk
  • Allergenen van andere ingrediënten dient u te controleren

 

Download meer Resource® Junior recepten.

Recept Resource Junior Ijslolly
/sites/default/files/2026-03/ONS-295-0326-NL_Recept_RS_Junior_Ijslolly_0.pdf
Recept Resource Junior Ijslolly
Main Category
Article Type
Image Type Desktop
Recept Resource Junior Ijslolly
Time
5 min
Anonymous access
Uit

Betere toegang medische voeding = betere patiëntuitkomsten

Ziektegerelateerde ondervoeding blijft een stille maar ernstige bedreiging voor patiënten in heel Europa, met grote verschillen in toegang tot passende medische voeding. Nieuwe MNI‑inzichten tonen hoe ongelijke screening, beperkte expertise en uiteenlopende vergoedingen ervoor zorgen dat veel patiënten niet de zorg krijgen die ze nodig hebben. Deze barrières zijn vermijdbaar — en het is tijd voor verandering. Wil je meer weten? Log dan in en lees de volledige samenvatting.

Doorbreek de barrières: betere toegang tot medische voeding voor betere patiëntuitkomsten 

Ziektegerelateerde ondervoeding (Disease‑Related Malnutrition, DRM) vormt een groot wereldwijd gezondheidsprobleem dat patiënten van alle leeftijden treft, in het bijzonder mensen met kanker en gastro-intestinale aandoeningen. Het leidt tot slechtere klinische uitkomsten en verhoogt de druk op gezondheidszorgsystemen door langere ziekenhuisopnames, meer complicaties en hogere kosten. Tegelijkertijd tonen data aan dat tijdige screening, diagnose en medische voedingstherapie de gezondheidsuitkomsten en kwaliteit van leven aanzienlijk kunnen verbeteren, terwijl zij ook economische voordelen opleveren. 

 

Ondanks het belang van voedingszorg bestaan er in Europa grote ongelijkheden in toegang tot medische voeding. Een MNI‑survey uit 2024, uitgevoerd in tien Europese landen (inclusief Nederland & Frankrijk), toont aanzienlijke verschillen in hoe DRM wordt opgespoord en behandeld. Zo is screening in veel landen wel beschikbaar, maar slechts in een minderheid verplicht. De kennis over voedingsinterventies varieert sterk tussen zorgprofessionals en is vaak beperkt tot ziekenhuissettings. Ook de toegang tot gespecialiseerde voedingsteams blijkt ongelijk verdeeld.

 

Daarnaast verschilt de vergoeding van medische voeding (zoals orale supplementen, enterale en parenterale voeding) sterk per land, afhankelijk van context, aandoening en leeftijdsgroep. Dit zorgt ervoor dat patiënten in vergelijkbare medische situaties niet dezelfde ondersteuning krijgen. Ook patiënten zelf ervaren barrières: er is weinig bewustzijn over DRM en zij hebben vaak moeite om in de complexe zorgsystemen te navigeren.

 

Er worden zes centrale obstakels beschreven die de ongelijkheid in stand houden: 

  1. Onvoldoende of inconsistente screening op ondervoeding
  2. Kennis- en opleidingsgebreken bij zorgprofessionals
  3. Beperkte beschikbaarheid van expertteams, vooral buiten ziekenhuizen
  4. Grote variatie in vergoedingssystemen voor medische voeding
  5. Lage patiëntbewustwording rond ondervoeding
  6. Moeilijk te begrijpen zorgtrajecten voor patiënten 

Als laatste wordt er benadrukt dat gezondheidsongelijkheden — inclusief verschillen in toegang tot medische voeding — onnodig, vermijdbaar, oneerlijk en onrechtvaardig zijn. De conclusie is duidelijk: urgente actie op alle niveaus van de gezondheidszorg is nodig. Beleidsmakers, clinici, zorgorganisaties en industrie moeten samenwerken om structurele verbeteringen door te voeren, voedingszorgsystemen te standaardiseren en bewustzijn over DRM te vergroten. Alleen door gezamenlijke inspanning kan elke patiënt toegang krijgen tot passende, evidence-based voedingszorg. 

Meer weten? De “The Parliament Magazine" van de Europese Unie schreef hier ook een artikel over. De volledige white paper kunt u hier terugvinden.

MNI white paper 2026 Ondervoeding
Main Category
Article Type
Image Type Desktop
MNI white paper 2026 Ondervoeding
Medical Speciality
Anonymous access
Uit

Resource 2.0 Tropisch smoothie

INGREDIËNTEN

  • Resource® 2.0 ananas-mangosmaak
  • 50 ml kokosmelk
  • Eventueel bevroren fruit zoals stukjes banaan, ananas, of mango

 

BENODIGDHEDEN

  • Blender/staafmixer
  • Glas

 

BEREIDING

  1. Meng alle ingrediënten in de blender of met de staafmixer. Schenk in een mooi glas en serveer.

 

ALLERGENEN

  • Resource® 2.0 ananas-mangosmaak bevat melk
  • Allergenen van andere ingrediënten dient u te controleren

 

Resource 2.0 Tropisch smoothie
/sites/default/files/2026-03/ONS-295-0326-NL_Recept_RS_Junior_Ijslolly.pdf
Resource 2.0 Tropisch smoothie
Main Category
Article Type
Image Type Desktop
Resource 2.0 Tropisch smoothie
Medical Speciality
Anonymous access
Uit

Resource® Ultra+ koffiesmaak ijs

INGREDIËNTEN

 

BENODIGDHEDEN

  • Glas
  • Blender

 

BEREIDING

  1. Meng Resource® ULTRA+ koffiesmaak in de blender samen met enkele ijsblokjes en een bolletje roomijs voor een lekkere café glacé.

 

Download meer Resource® ULTRA+ recepten.

Resource Ultra+ ijs recept
/sites/default/files/2026-04/Recepten_RS_Ultra_roomijs.pdf
Resource Ultra+ ijs recept
Main Category
Article Type
Image Type Desktop
Resource Ultra+ ijs recept
Medical Speciality
Anonymous access
Uit

Doctoraatsverdediging: CDED-dieet bij de Ziekte van Crohn

Op 16 oktober 2025 verdedigde Rotem Sigall Boneh haar proefschrift over de rol van het Crohn’s Disease Exclusion Diet (CDED) bij de behandeling van de ziekte van Crohn.

Achtergrond 

De incidentie van inflammatoire darmziekten (IBD) neemt wereldwijd toe. De ziekte heeft een multifactoriële oorsprong, waarbij genetische factoren, het immuunsysteem en het darmmicrobioom een rol spelen. Hoewel farmaceutische therapieën vaak effectief zijn in het onderdrukken van ontstekingen, pakken ze de onderliggende oorzaken van de ziekte niet aan. Eerder onderzoek heeft aangetoond dat het Exclusieve Enterale Voedingsdieet (EEN) een hoge remissiegraad kan opleveren na zes tot acht weken behandeling. De toepassing van dit dieet is echter beperkt vanwege de lage therapietrouw en het sterk beperkende karakter ervan. 

 

Onderzoeksdoel 

Het doel van Mevrouw Boneh’s doctoraatsonderzoek was om het Crohn’s Disease Exclusion Diet (CDED) verder te onderzoeken. De focus lag op: het begrijpen van de mechanismen tussen het microbioom en de gastheer, het identificeren van voorspellers van de behandelrespons, en het verbeteren van de toepasbaarheid van dieetinterventies bij verschillende patiëntengroepen. 

 

Onderzoek en Resultaten 

Dit doctoraatsonderzoek bestudeerde zowel kinderen als volwassenen met de ziekte van Crohn. Bij kinderen bleek na zes weken behandeling met het CDED-dieet, ondersteund door Modulen®, de tolerantie aanzienlijk beter dan bij het EEN-dieet. De meeste kinderen bereikten remissie na zes weken, en deze remissie bleef behouden. Bij volwassenen werden ook positieve effecten waargenomen, hoewel de therapietrouw uitdagender was. Toch toonde het onderzoek aan dat het dieet leidde tot klinische en biochemische verbetering en een gunstige invloed had op het microbioom. 

 

De effectiviteit van het CDED-dieet lijkt verband te houden met: 

  • een toename in microbiële diversiteit
  • een toename van gunstige bacteriën en een afname van pathogene soorten
  • verbeterde intestinale permeabiliteit
  • veranderingen in het tryptofaanmetabolisme, wat mogelijk een rol speelt in immuunregulatie

 

Discussie en Vragen van de Commissie 

Rotem thesis

Na de presentatie stelde de doctoraatscommissie verschillende diepgaande vragen, waaronder: 

  • Is het nodig om het dieet te starten met twee weken EEN? Volgens de onderzoeker is dit waarschijnlijk niet nodig, behalve bij ernstig zieke patiënten.
  • Spelen probiotica een rol bij patiënten met de ziekte van Crohn? Momenteel is er geen wetenschappelijk bewijs dat het gebruik van probiotica in deze context een rol speelt.
  • Hoe lang moeten patiënten het CDED-dieet volgen, en kunnen ze overstappen op een mediterraan dieet? Dit is nog onderwerp van lopend onderzoek.
  • Welke principes van het CDED zijn het belangrijkste om te behouden? Mevrouw Boneh benadrukte het belang van voldoende inname van fruit en groenten en het beperken van bewerkte voedingsmiddelen." 

 

Conclusie 

Het doctoraatsonderzoek van Rotem Sigall Boneh biedt belangrijke inzichten in de rol van voeding bij de ziekte van Crohn. Het CDED-dieet blijkt een veelbelovende, beter haalbare behandelingsoptie te zijn die niet alleen leidt tot klinische remissie, maar ook bijdraagt aan het herstel van de darmgezondheid via gunstige veranderingen in het microbioom. 

Lees het volledige proefschrift via: https://dare.uva.nl/search?identifier=15e510db-c7c2-42c2-9032-eb7c387eb75b 

Meer over Modulen® weten? Klik hier

Rotem Thesis
Main Category
Article Type
Image Type Desktop
Rotem Thesis
Medical Speciality
Anonymous access
Uit

Nutritionele aanpak van gehospitaliseerde kinderen in België

Dit vervolgonderzoek gaat over de nutritionele aanpak bij gehospitaliseerde kinderen in Belgische ziekenhuizen. Er werd gepeild naar onder meer de aanwezigheid en rol van diëtisten, de gebruiken voor screening naar en aanpak van ondervoeding en de opvolging na ontslag uit het ziekenhuis. Er werd een positieve maar beperkte verbetering van de nutritionele aanpak waargenomen. Verschillende barrières die reeds in het eerste onderzoek werden vastgesteld, werden ook vastgesteld in dit vervolgonderzoek.

Ziekte-gerelateerde ondervoeding bij gehospitaliseerde kinderen blijft een aandachtspunt met verschillende nadelige gevolgen waaronder een hoger risico op complicaties, een langer ziekenhuisverblijf en bijgevolg hogere gezondheidskosten. Hierdoor is het voorkomen en tijdig opsporen van ziekte-gerelateerde ondervoeding van groot belang en dient er een goede nutritionele aanpak voorhanden te zijn in de ziekenhuizen. In dit onderzoek werd aan 90 Belgische pediatrische ziekenhuisafdelingen gevraagd op welke manier de gehospitaliseerde kinderen gescreend worden op ondervoeding, hoe dit wordt aangepakt en wat de rol van de diëtiste hierin is. Er werd ook navraag gedaan naar de mogelijke barrières die de zorgverleners ondervinden bij het aanbieden van een adequate nutritionele zorg, alsook naar interesse in bijkomende opleiding. De antwoorden werden vergeleken met deze uit 2014 zodat ook kan nagegaan worden of de aanbevelingen van een werkgroep van ESPGHAN een belangrijke impact hebben op de dagelijkse praktijk. 

Belangrijkste inzichten: 

  • Systematische screening naar de voedingsstatus van een patiënt, gebeurt in 32,8% van de bevraagde ziekenhuizen.
  • De meerderheid van de deelnemende ziekenhuizen (59%) gaf aan enkel te screenen indien er een klinisch vermoeden was van ondervoeding of moeilijkheden tijdens het eten.
  • De meerderheid van de deelnemende ziekenhuizen (67,2%) gebruikte voor de screening geen screening tools. De ziekenhuizen waar er wel gescreend werd, maakten voornamelijk gebruik van de tool, STRONGkids (29,5%).
  • De meest voorkomende barrières om te screenen op ondervoeding waren het gebrek aan tijd en kennis en een tekort aan personeel.
  • De meest voorkomende barrières om de voedingstoestand te objectiveren waren eveneens gebrek aan tijd en kennis.
  • Bij de barrières om malnutritie aan te pakken, werd naast gebrek aan tijd en kennis , ook het ontbreken van terugbetaling van de behandeling als een belangrijke reden gegeven.
  • Slechts 19,7% van de deelnemende ziekenhuizen heeft een protocol voor de behandeling rond ondervoeding.
  • 91,8% van de deelnemers gaven aan geïnteresseerd te zijn in een workshop om voedingszorg te verbeteren waarbij 83,6% interesse toont voor een uitgewerkt protocol en 82% voor opleiding in een klinische setting.
  • Hoewel het aantal diëtisten is toegenomen t.o.v. 2014, tonen de resultaten dat zij toch niet steeds systematisch bij de nutritionele aanpak van gehospitaliseerde patiënten betrokken zijn.
  • Dit onderzoek laat een bemoedigende, maar nog beperkte vooruitgang zien in de de nutritionele aanpak in Belgische pediatrische afdelingen. Er lijkt een groeiend bewustzijn van ondervoeding. Echter, er blijven aanzienlijke verbeterpunten bestaan, zoals de betrokkenheid van diëtisten in de klinische praktijk en het gebruik van gestandaardiseerde protocollen voor screening, voedingsbeoordeling en beheer.

Indien u graag meer info wenst, kan u hier de link naar het artikel terugvinden.

Referentie: Destoop, M., Vandenplas, Y., Raes, M., Hauser, B., De Greef, E. & Huysentruyt, K. (2025). Nutritional Care of Hospitalized Children in Belgium: A Follow-Up Survey. Nutrients. 18;17(4):718. doi: 10.3390/nu17040718.

Marlies Destoop
Destoop et al. 2025
Main Category
Article Type
Image Type Desktop
Destoop et al. 2025
Medical Speciality
Anonymous access
Uit