Sorry, you need to enable JavaScript to visit this website.

Deze website is exclusief voor zorgprofessionals in Nederland en België

Taal:

Open Menu
Custom Class
item--scientific-publications

Ondervoeding en Hydratatie Richtlijnen voor ouderen - ESPEN

ESPEN heeft aanbevelingen gepubliceerd voor de screening en behandeling van ondervoeding, hydratie en obesitas/overgewicht bij ouderen. Ondervoeding en dehydratie zijn condities die vaak voorkomen onder de ouderen. In klinische setting is het vaak niet duidelijk welke strategieën nodig en effectief zijn om ondervoeding en dehydratatie tegen te gaan.
Het doel van de ESPEN richtlijn is om wetenschappelijke verantwoorde aanbevelingen te kunnen geven voor klinische voeding en hydratie in oudere populaties om ondervoeding en dehydratie te voorkomen of te behandelen.

 

Ondervoeding en dehydratie zijn condities die vaak voorkomen onder de ouderen. In klinische setting is het vaak niet duidelijk welke strategieën nodig en effectief zijn om ondervoeding en dehydratatie tegen te gaan.

Het doel van de ESPEN richtlijn is om wetenschappelijke verantwoorde aanbevelingen te kunnen geven voor klinische voeding en hydratie in oudere populaties om ondervoeding en dehydratie te voorkomen of te behandelen. Daarnaast, is het doel om te kijken of interventies gefocust op gewichtsreductie gepast zijn voor oudere mensen met overgewicht of obesitas.

Deze richtlijn is ontwikkeld met behulp van de standaardprocedure voor ESPEN richtlijnen en consensus studies. Een systematische literatuurstudie voor systematische reviews en primaire studies is gedaan, gebaseerd op 33 klinische vragen geformuleerd in PICO format. Bestaand bewijs was beoordeeld volgens de SIGN-grading system. Aanbevelingen zijn ontwikkeld en goedgekeurd in een meerstaps consensus proces.

De werkgroep hebben 82 aanbevelingen geschreven voor de voedingszorg voor oudere personen, uitgespreid over 4 onderwerpen: basisvragen en generale principes, aanbevelingen voor ouderen met ondervoeding of een risico op ondervoeding, aanbevelingen voor ouderen met specifieke ziektes, diagnose en behandeling van dehydratie.

Al in al, adviseren de wetenschappers dat alle oudere individuen geregeld gescreend moeten worden op ondervoeding.. Het inname van voeding kan ondersteund worden door verpleging, educatie, voedingsadvies, voedselmodificatie en medische voeding. Enterale voeding moet gestart worden als orale voeding niet toereikend is en de prognose voor enterale voeding positief is. Voedingsrestricties moeten over het algemeen vermeden worden en diëten gefocust op gewichtsverlies kunnen een optie zijn voor oudere mensen met obesitas, die ook gewicht gerelateerde gezondheidsproblemen hebben. Hierbij is het effectief om het dieet te paren met fysieke inspanning.

Alle ouderen moeten gezien worden als mensen met een risico op te lage vloeistofinname en moeten gemotiveerd worden om genoeg te drinken. Vaak zullen interventies gepersonaliseerd, goed te begrijpen en deel van een multidisciplinaire aanpak moeten zijn om aan te slaan. Een vochtdagboek kan helpen om bij te houden hoeveel vloeistof geconsumeerd wordt.

In conclusie, er is een scala aan effectieve interventies om adequate voedings- en vloeistofinname te ondersteunen in oudere mensen om de nutritionele status gezond te houden of te verbeteren. Daarnaast kan het ook het behandelingstraject en de kwaliteit van het leven verbeteren. Deze interventies moeten routinematig geïmplementeerd worden in klinische zorg.

Voor het artikel, klik hier.

Volkert D, Beck AM, Cederholm T, Cruz-Jentoft A, Goisser S, Hooper L, Kiesswetter E, Maggio M, Raynaud-Simon A, Sieber CC, Sobotka L, van Asselt D, Wirth R, Bischoff SC. ESPEN guideline on clinical nutrition and hydration in geriatrics. Clin Nutr. 2019 Feb;38(1):10-47. doi: 10.1016/j.clnu.2018.05.024. Epub 2018 Jun 18. PMID: 30005900.

European Society for Clinical Nutrition and Metabolism (ESPEN)
/sites/default/files/2022-07/Vochtdagboek-NL.pdf
Ondervoeding en Hydratatie Richtlijnen voor ouderen - ESPEN
Main Category
Article Type
Image Type Desktop
Ondervoeding en Hydratatie Richtlijnen voor ouderen - ESPEN
Medical Speciality
Anonymous access
Uit

How thickened liquids improve swallowing safety and efficiency

Dr. Julie Cichero heeft een review over orofaryngeale dysfagie geschreven met de hoe en waarom verdikte vloeistoffen de slikveiligheid en slikefficiëntie verbeteren. Deze review is gepubliceerd in de Clinical Nutrition Highlights 2021. Deze publicatie is ideaal voor logopedisten, diëtisten, KNO-artsen en andere zorgprofessionals die meer willen weten over orofaryngeale dysfagie en de behoefte van aangepaste consistentie.

Dr Julie Cichero Speech and Language Pathologist
/sites/default/files/2022-06/Clinical%20Nutritional%20Highlights%202021%20Article%20-%20ENG.pdf
Clinical Nutritional Highlights 2021: How and why thickened liquids improve swallowing safety and swallowing efficiency
Main Category
Article Type
Image Type Desktop
Clinical Nutritional Highlights 2021: How and why thickened liquids improve swallowing safety and swallowing efficiency
Medical Speciality
Anonymous access
Uit

Is dysfagie op de radar van de diëtist?

Dysfagie wordt beschouwd als een belangrijke risicofactor voor ondervoeding en kan tot 35% van de oudere volwassenen in de thuiszorg treffen. Desondanks is er weinig bekend over hoe diëtisten dysfagie identificeren en beoordelen. 
De Canadian Dietetic Associated publiceerde onlangs de bevindingen van een onderzoek onder 70 geregistreerde diëtisten in Canada. Bijna 75% van de diëtisten screent niet op dysfagie. Een gebrek aan competentie of vaardigheid die vereist is om de screening en beoordeling van dysfagie te voltooien, was de meest gemelde barrière. Geïnteresseerd in de resultaten, klik hier op de link.

Klik hier op de link.

Abstract

Dysfagie beïnvloedt tot 35% van de ouderen. Het is een significante risicofactor voor meerdere condities, zoals ondervoeding en pneumonie. Maar verwijzingen van diëtisten voor dysfagie management in primaire zorg is erg laag. Geregistreerde diëtisten die actief zijn in primaire zorg in Canada werden gevraagd om mee te doen aan de studie. 70 vragenlijsten waren ingevuld door diëtisten en 75% had géén dysfagie screening proces. Daarnaast rapporteerde maar 8% dat zij gebruik maakte van een niet-instrumentele klinische slik assessment (CSA). De meest voorkomende barrière was het gebrek aan kennis over het screening proces en de diagnose van dysfagie. Veel respondenten vonden dat de CSA niet binnen hun werk en expertise viel. Daarnaast gaf 70% aan dat ze praktische training nodig hadden voor screening en beoordeling. Dus met de huidige stand van zaken in primaire zorg worden patiënten met dysfagie, en patiënten die risico hebben om dysfagie op te lopen, onder gediagnostiseerd. Om dit tegen te gaan is het dus belangrijk dat er initiatieven worden genomen: 1. dysfagie bekend maken; 2. een goed en uniform screening proces te hebben; 3. diëtisten informeren dat dysfagie testen en diagnosticeren hoort bij hun expertise, en ze daar ook scholing in aan te bieden;

Studieresultaten

Dysfagie is in het kort: moeite met slikken. Dit is een significante risico factor voor ondervoeding, pneumonie en dehydratatie. Er is een questionnaire van 17 vragen opgesteld met informatie uit de literatuur en een panel van diëtisten. Van de 70 respondenten hadden maar 18 een screening proces, bestaand uit formele en/of informele testen. Maar 2 respondenten gaven aan een gevalideerde tool te gebruiken (EAT-10, TOR-BSST). Daarnaast was de watersliktest hetgeen wat het meest gebruikt werd als screening tool (39%). Meer dan 85% rapporteerde minder dan 5 patiënten met mogelijke dysfagie geïdentificeerd te hebben in de laatste 3 maanden en 31% zelfs 0 patiënten. Geïdentificeerde barrières voor de lage prevalentie van dysfagie diagnose: 80% van de diëtisten is niet zeker van de beste screening methode, 54% is zich niet bewust van de behoefte voor screening en 40% gaf aan géén skills te hebben om de screening uit te voeren.

60% van de diëtisten stuurden patiënten met symptomen van dysfagie door naar een logopedist voor een formele sliktest, maar 8% gaf aan dat de volgende stap bij de diëtist zelf lag, namelijk het afnemen van een niet instrumentele slik test, bijvoorbeeld de EAT-10. De doorverwijzingen naar dysfagie management is erg laag, blijkt uit de vragenlijst. 87% van de diëtisten had minder dan 6 verwijzingen voor dysfagie in de laatste 3 maanden. Daarnaast gaf 35% aan zelfs helemaal geen verwijzingen te hebben gehad. Gepaard met deze percentages, gaat ook de (te) lage gemeten prevalentie van dysfagie in de primaire zorginstanties. Dit percentage ligt in deze studie op 15%. Dit ligt onder de prevalentie gemeten in de thuiszorg én die van geriatrische instellingen. Diëtisten zelf geven aan graag een uniforme gevalideerde screening methode te hebben. Daarnaast zouden ze graag een praktische training ontvangen over het omgaan met dysfagie.

Concluderend, dysfagie is een significante risicofactor voor ondervoeding en pneumonie. Patiënten met een (hoog) risico op dysfagie moeten eerder gediagnosticeerd worden waardoor de zorg ook eerder in kan grijpen om ziekenhuisopname te voorkomen. Dysfagie is prevalent in de primaire zorgsector, maar uit deze studie blijkt dus dat maar 25% van de diëtisten een screeningtool gebruikt om dysfagie te identificeren en de prevalentie van het ontvangen van een doorverwijzing naar dysfagie management is extreem laag. Daarnaast zijn de screeningmethodes die gebruikt worden vaak niet gevalideerd.

Is dysfagie op de radar van de diëtist?
Main Category
Article Type
Image Type Desktop
Is dysfagie op de radar van de diëtist?
Medical Speciality

Prevention and Management of Cow’s Milk Allergy in Non-Exclusively Breastfed Infants

Deze studie beschrijft dat extensieve hydrolysaten met een klinisch bewijs van werkzaamheid worden aanbevolen bij de preventie en behandeling van KMA. Een orale voedseluitdaging wordt nog steeds aanbevolen als de meest specifieke en gevoelige diagnostische test, hoewel een positieve orale voedseluitdaging niet bewijst dat het immuunsysteem betrokken is. Ongeveer 10 tot 15% van de zuigelingen die allergisch zijn voor koemelk, reageren ook op soja. De laatste jaren ging de aandacht ook uit naar het bifidogene effect van prebiotica en meer recentelijk ook naar oligosacchariden van moedermelk. De toevoeging van probiotica en prebiotica aan het eliminatiedieet bij de behandeling kan de ontwikkeling van tolerantie bevorderen.

Vandenplas, Y. 2017
Main Category
Article Type
Medical Speciality
Anonymous access
Uit

Safety and efficacy of a new extensively hydrolyzed formula for infants with cow's milk protein allergy

In deze studie werd de effectiviteit van een AAF vergeleken met een eHF. Naar resultaat kwam er uit de studie dat als een aantal zuigelingen op een eHF stonden, de SCORAD score voor atopische dermatitis lager was dan bij een AAF. Ook werd waargenomen dat zuigelingen die eHF innamen, minder incidenten hadden van braken en een hogere frequentie hadden van zachte stoelgang.

Niggemann, B et al. 2007
Main Category
Article Type
Medical Speciality
Anonymous access
Uit

Effects of Infant Formula With Human Milk Oligosaccharides on Growth and Morbidity: A Randomized Multicenter Trial

Doelstelling: Het doel van de studie was het evalueren van de effecten van een zuigelingenvoeding aangevuld met 2 humane melkoligosacchariden (HMO's) op de groei, tolerantie en morbiditeit van zuigelingen.

Conclusies: Zuigelingenvoeding die 2'FL en LNnT bevat, is veilig, wordt goed verdragen en bevordert de leeftijdsgebonden groei. Secundaire resultaten die een verband aantonen tussen het gebruik van met HMO verrijkte flesvoeding en een lagere morbiditeit (met name bronchitis) en een door ouders gerapporteerd medicijngebruik (koortswerende middelen en antibiotica) moeten in toekomstige studies worden bevestigd.

Puccio, G et al.2017.
Main Category
Article Type
Medical Speciality
Anonymous access
Uit

BSACI guideline for the diagnosis and management of Cow’s Milk Allergy

Deze richtlijn geeft advies over de behandeling van patiënten met een koemelkeiwitallergie. Koemelkeiwitallergie treedt op in het eerste levensjaar met een geschatte prevalentie tussen de 2% en 3%. De klinische verschijnselen van koemelkeiwitallergie zijn zeer variabel in type en ernst, waardoor het de moeilijkste te diagnosticeren voedselallergie is. Een zorgvuldige leeftijds- en ziektespecifieke anamnese met relevante allergietests, waaronder het opsporen van melkspecifiek IgE (met een huidpriktest of serumtest), een diagnostisch eliminatiedieet en orale voedseluitdaging zullen in de meeste gevallen helpen bij de diagnose te stellen.

Luyt, D et al. 2014.
Main Category
Article Type
Medical Speciality
Anonymous access
Uit

Controversies On Special Products For Managing Cow’s Milk Protein Allergy In Infants: Safety And Suitability

Het doel van deze review is om kennis te verspreiden over de onlangs opgerichte European Academy of Allergy and Clinical Immunology (EAACI) Task Force voor speciale producten voor koemelkeiwitallergie (KMEA), met de bedoeling een overzicht te geven van de controverses met betrekking tot extensief gehydrolyseerde formules (eHF's), hun nut en de geldigheid van de definitie 'speciale producten voor KMEA'. Het bewijs voor de juiste dieetbehandeling bij KMEA komt aan bod, waarbij de nadruk werd gelegd op het belang van borstvoeding en dieetbehandeling van kinderen met KMEA die borstvoeding krijgen, hypoallergene voeding en de huidige controverses en discussie rond de keuze van flesvoeding.

Kuslys, M. 2017
Main Category
Article Type
Medical Speciality
Anonymous access
Uit

Effect of lactose on gut microbiota and metabolome of infants with cow’s milk allergy

Zuigelingen met een allergie hebben een ongebruikelijke gastro-intestinale microbiota met lage aantallen Bifidobacterium/Lactobacillen en hoge gehaltes aan Clostridium, stafylokokken en Esherichia coli. Het doel van deze studie is om de invloed van lactose op de samenstelling van de darmmicrobiota en het metaboloom van zuigelingen met koemelkallergie te onderzoeken.

Francavilla et al. 2011.
Main Category
Article Type
Medical Speciality
Anonymous access
Uit

Human milk oligosaccharides: Prebiotics and Beyond

Human Milk Oligossachariden (HMO's) zijn complexe koolhydraten die in grote hoeveelheden aanwezig zijn in moedermelk. Momenteel is er nog weinig bekend over welke voordelen HMO's in moedermelk bieden voor zuigelingen. Deze studie vat samen welke voordelen HMO's bieden en het mogelijk nut om HMO in infant formula te voorzien.

Bode, L. 2009
Main Category
Article Type
Medical Speciality
Anonymous access
Uit