Sorry, you need to enable JavaScript to visit this website.

Deze website is exclusief voor zorgprofessionals in Nederland en België

Taal:

Open Menu

Ervaring uit de praktijk: gebruik van PEG in kinderen

Deze studie laat zien wat de meest voorkomende indicatie is voor het plaatsen van een PEG bij kinderen, ook wordt er verder ingezoomd op de complicaties die bij deze kinderen kunnen ontstaan na de plaatsing. Meer weten? Lees dan hier een korte samenvatting van deze studie. 

Introductie  
De plaatsing van een PEG (Percutane Endoscopische Gastrostomie) is in veel instellingen de standaard behandeling bij kinderen die voor langere tijd afhankelijk zijn van sondevoeding. PEG plaatsing wordt in verschillende studies geassocieerd met verbeterde nutritionele uitkomsten, verminderde ziekenhuis opname en een verbeterde kwaliteit van leven van het kind. Toch is er nog altijd weinig bekend over welk type patiënt nu precies (de meeste) voor- of zelfs nadelen ondervindt van de PEG plaatsing, met name in relatie tot nutritionele uitkomsten en de incidentie van complicaties. Deze studie omschrijft de ervaring van een centrum in Zwitserland die PEG plaatsingen uitvoerde bij 81 kinderen (gemiddelde leeftijd: 7 jaar). De focus werd hierbij gelegd op: klinische indicatie voor plaatsing van de PEG, en de uitkomsten en complicaties die werden geassocieerd met deze procedure. 

Belangrijkste resultaten   

  • Klinische indicaties voor PEG plaatsing: onvoldoende calorische inname (34% van de gevallen), een te laag gewicht ('failure to thrive'; 32%) en moeilijkheden bij het voeden (al dan niet door kauw- en slikproblemen; 32%). 
  • Een neurologische aandoening, zoals bijv. cerebrale parese, was met 46% de meest voorkomende comorbiditeit, dit werd gevolgd door oncologische ziektebeelden (23%) en cystic fibrosis (11%).
  • Milde complicaties (zoals granulatie van het weefsel, erytheem of roodheid van de huid en lekkages) kwamen relatief vaak voor, in 68% van de gevallen. 
  • Slechts 2 patiënten kregen te maken met ernstige complicaties, maar bij geen van hen waren de complicaties zodanig ernstig dat dit heeft geleid tot volledige verwijdering van de PEG. 

Uit de data van deze studie werd geconcludeerd dat de PEG een veilige techniek is voor het geven van sondevoeding voor een langere periode in kinderen. Het overgrote gedeelte van de kinderen in deze studie had een neurologische aandoening. De data laat een significante gewichtstoename zien bij kinderen nadat ze 1 jaar werden gevoed met de PEG (hierbij lieten ze echter wel regelmatig kleine complicaties zien).

Wilt u meer weten over deze studie? Lees dan hier het volledige artikel.

Referentie: Pagliaro et al. BMC Gastroenterology. 2025;25:12. https://doi.org/10.1186/s12876-024-03582-4

Pagliaro et al 2025.png
Article Type
Image Type Desktop
Pagliaro et al 2025.png
Medical Speciality
Anonymous access
Uit

Systematic review: voedingsinterventies in kinderen met CP

Systematic review van RCTs die de voedingsinterventies onderzoeken bij mensen met cerebrale parese (CP).

Korte samenvatting van deze review paper 

In deze systematic review werden "randomized clinical trials" meegenomen in de evalutie van nutritionele en dieet gerelateerde interventies bij kinderen met cerebrale parese (CP). Uiteindelijk werden 15 studies geïncludeerd in dit onderzoek. 

Positieve resultaten werden o.a. gevonden op de volgende aspecten: 

  1. wei-gebaseerde enterale formules werden gelinkt aan een sneller maaglediging wat een positieve bijdrage had aan het verminderen van gastro-oesofageale reflux (GER), en verminderde symptomen als kokhalzen (6 studies). 
  2. voor de verbetering van antropometrische metingen (gewicht, armomtrek en huidplooimeting bij de triceps) hielp de suppletie met een speciaal vet mengsel of een dieet met een hoge energiedichtheid (2 studies). 
  3. suppletie met probiotica, prebiotica, synbiotica of magnesium leek te helpen bij het tegengaan van constipatie, in beide studies werden er verbeteringen gevonden in de stoelgang frequentie en de consistentie van de stoelgang (2 studies). 

 

Op basis van deze review kan gesteld worden dat sommige dieetsinterventies lijken te helpen met de promotie van belangrijke klinische uitkomsten in deze patiënten, er moet echter wel gesteld worden dat het bewijs hiervoor niet heel sterk is. Er is meer onderzoek nodig om te bepalen welke nutritionele interventies effect hebben bij deze doelgroep. 

Nieuwsgierig geworden? 

Klik hier om de link te openen naar de volledige paper

 

Referentie: Rebelo et al. PLoS One 2022;17(7):e0271993. doi: 10.1371/journal.pone.0271993.

Systematic review: voedingsinterventies in kinderen met CP
Main Category
Article Type
Medical Speciality
Anonymous access
Uit

Nederlandse validatie van de EDACS

Na de publicatie van de Engelstalige versie van de EDACS, een classificiatie systeem voor het bepalen van de mate van kauw- en slikproblemen bij mensen met cerebrale parese (CP), werd dit classificatie systeem in 2018 vertaald en gevalideerd naar het Nederlands.

Na de publicatie van de Engelstalige versie van de EDACS, een classificiatie systeem voor het bepalen van de mate van kauw- en slikproblemen bij mensen met cerebrale parese (CP), werd dit classificatie systeem in 2018 vertaald en gevalideerd naar het Nederlands.

EDACS staat voor "Eating and Drinking Classification System" en geeft een score van 1 t/m 5 waarin de mate van kauw- en slikproblemen bij een persoon met CP kan worden vastgesteld. 

De Nederlandstalige versie van de EDACS wordt hieronder weergegeven. Uit het corresponderende onderzoek blijkt dat de Nederlandse versie van de EDACS betrouwbaar en valide is.1 Daarnaast kan de tool makkelijk gebruikt worden door niet alleen logopedisten, maar ook ouders van kinderen met CP. Er was een grote mate van consistentie tussen de beoordeling van de ouders en de professionals. De EDACS geeft de mogelijkheid om op een uniforme en efficiënte manier te communiceren over veilig en efficiënt eten en drinken, in zowel een klinische context als een onderzoekscontext.1

Figuur 1. Nederlandse versie van de EDACS (aangepast vanuit Van Hulst et al. 2018). 

Nederlandse versie van de EDACS

Referentie

1) Van Hulst et al. J Ped Rehab Med 2018:115-124. DOI 10.3233/PRM-170515.

Hulst 2018: Nederlandse validatie van de EDACS
Main Category
Article Type
Medical Speciality
Anonymous access
Uit

EDACS: Eating & Drinking Ability Classification System

Door een hersenbeschadiging hebben mensen met cerebrale parese (CP) te maken met bewegingsgerelateerde stoornissen. Deze "motor stoornissen" worden vaak beoordeeld a.d.h.v. de GMFCS, de Gross Motor Function Classification System. Veel mensen zijn zich echter niet bewust dat die motor stoornissen een impact kunnen hebben op de (on)mogelijkheid om te eten en drinken.1,2 Dysfagie, eet- en drinkproblematiek, is een veel voorkomende probleem bij mensen met CP, met prevalenties die kunnen oplopen tot 90%!2

Eet- en drinkproblemen bij CP 

Door een hersenbeschadiging hebben mensen met cerebrale parese (CP) te maken met bewegingsgerelateerde stoornissen. Deze "motor stoornissen" worden vaak beoordeeld a.d.h.v. de GMFCS, de Gross Motor Function Classification System. Veel mensen zijn zich echter niet bewust dat die motor stoornissen een impact kunnen hebben op de (on)mogelijkheid om te eten en drinken.1,2 Dysfagie, eet- en drinkproblematiek, is een veel voorkomende probleem bij mensen met CP, met prevalenties die kunnen oplopen tot 90%!2 

Toch wordt dysfagie vaak niet herkend bij deze populatie. Om hierbij te helpen is de "EDACS" ontwikkeld, de "Eating and Drinking Ability Classification System", dat op eenzelfde manier werkt als bijv. de GMFCS. 

In deze studie werd de validiteit en de betrouwbaarheid van de EDACS geëvalueerd in een populatie met mensen met CP. Samenvattend kan worden geconcludeerd dat de EDACS een valide systeem is met een brede betrouwbaarheid. De EDACS is in staat om de eet- en drinkmogelijkheden vast te stellen bij kinderen met CP vanaf 3 jaar. 

Tabel 1. Uitleg bij de verschillende EDACS niveaus (bron: Sellers et al. Dev Med Child Neurol 2014;56(3):245-51, Appendix 1).

EDACS: uitleg over de niveaus

Voor meer informatie bekijk de volledige publicatie, in Appendix I van de publicatie vindt u meer informatie over de EDACS zelf en de verschillende niveaus binnen de EDACS. 

 

Referenties: 

1) Sellers et al. Dev Med Child Neurol 2014;56(3):245-51 https://doi.org/10.1111/dmcn.12352

2) Romano et al. JPGN 2017;65(2):242-264. DOI: https://doi.org/10.1097/MPG.0000000000001646

EDACS: Titel
Main Category
Article Type
Medical Speciality
Anonymous access
Uit

Lengtebepaling

Lengtebepaling kan op verschillende manieren worden uitgevoerd, waaronder met de ulnameting (meten van de onderarm) of de beenmeting. Deze methoden zijn nuttig in situaties waarin het meten van de volledige lichaamslengte moeilijk is, bijvoorbeeld als iemand niet goed zelfstandig kan staan of als iemand in een rolstoel zit.

Beide meetmethoden worden hier omschreven:

Spiermassa meten

De spiermassa is een belangrijke antropometrische meting om de voedingstoestand en de algehele gezondheid van een patiënt te beoordelen. De spiermassa kan gemeten worden door gebruik van

  • de kuitomtrek
  • de middenarm omtrek

Lees meer hoe je de omtrekmetingen kan doen.

Het belang van optimale voedingsinname - ESPEN 2024

Tijdens ESPEN-congress 2024 organiseerd Nestlé Health Science een symposium: Hoe kunt u de voedingsinname maximaliseren om klinische resultaten te verbeteren bij ziektegerelateerde ondervoeding?

Spreakers:

  • Prof. Alessandro Laviano
  • Prof. Maria Isabel Correia
  • Prof. Stuart Phillips
  • Prof Dr Philipp Schütz

Bekijk de opname van dit symposium en lees de samenvatting van de spreakers.

 

Hoe kunt u de voedingsinname maximaliseren om klinische resultaten te verbeteren bij ziektegerelateerde ondervoeding?

Nestlé Health Science symposium tijdens het ESPEN congres in Milan 2024.

 

 

Satellite symposium van ESPEN 2024

 

Wat betekent voeding écht binnen de medische behandeling?  

Prof. Alessandro Laviano nodigt ons uit om anders te kijken naar de rol van voedingszorg bij kwetsbare patiënten. Bekijk de video en ontdek waarom vroegtijdige, gepersonaliseerde interventies steeds meer aandacht krijgen.

 

Hoe vind je de juiste balans tussen energie en eiwitten bij voedingszorg?  

Prof. Maria Isabel Correia deelt inzichten over het optimaliseren van voeding bij ondervoede patiënten. 

Bekijk nu de video over hoe een gebalanceerde energie- en eiwitinname kan bijdragen aan betere klinische resultaten bij ziektegerelateerde ondervoeding. Gepresenteerd door Prof. Maria Isabel Correia tijdens ESPEN-congress 2024.

 

Wat gebeurt er met onze spieren tijdens rust of inactiviteit?

Prof. Stuart Phillips bespreekt hoe aminozuren zoals leucine en HMB, samen met eiwitkwaliteit, bijdragen aan het behoud van musculoskeletale gezondheid. Bekijk de video en ontdek waarom voeding ook in rustperiodes een actieve rol speelt.

 

Wat is de impact van orale voedingssupplementen bij ziektegerelateerde ondervoeding?

Prof. Philipp Schütz presenteert evidence-based strategieën om de voedingsinname te maximaliseren en klinische resultaten te verbeteren. Ontdek hoe energierijke, eiwitrijke supplementen bijdragen aan betere zorguitkomsten en waarom voeding een essentieel onderdeel is van medische behandeling.

 

Wat zijn de grootste uitdagingen én kansen in klinische voeding vandaag?

Prof. Laviano, Prof. Correia, Prof. Phillips en Prof. Schütz gaan met elkaar in gesprek. Ze delen inzichten over spiergezondheid, energie-eiwitbalans en gepersonaliseerde voedingsstrategieën. Bekijk de video voor een boeiend debat vol praktijkgerichte aanbevelingen.

Nestlé Health Science symposium ESPEN 2024
Main Category
Article Type
Image Type Desktop
Nestlé Health Science symposium ESPEN 2024
Medical Speciality
Anonymous access
Uit

Ondervoeding in de zorg: behandeling loont

Ondervoeding is een veel voorkomend probleem: er wordt geschat dat 20-25% van de patiënten in het ziekenhuis, de zorginstellingen en de thuiszorg ondervoed zijn. Helaas wordt ondervoeding lang niet altijd als zodanig herkend, met alle gevolgen van dien. Dat de behandeling van ondervoeding levens kan redden weten we allemaal al lang, maar wist je ook dat dit op zowel de korte als lange termijn geld bespaart? De behandeling van ondervoeding is simpel, effectief én kosten besparend! Wil je meer weten? Lees dan het volledige artikel.

Op 19 juni jl. verscheen het rapport "Ondervoeding in de zorg: behandeling loont", geschreven door Mark Nuijten, in opdracht van Eurocept Homecare, Kenniscentrum Ondervoeding, MediReva, Sorgente en de Vereniging van Nederlandse Fabrikanten van Kinder- en Dieetvoedingsmiddelen (VNFKD).  

 

Achtergrond 

Er wordt geschat dat tussen de 20 en 25% van de volwassen patiënten in het ziekenhuis, de zorginstellingen en de thuiszorg ondervoed zijn. Helaas krijgt lang niet iedereen de behandeling die nodig is om ondervoeding tegen te gaan, terwijl behandeling loont. In 2014 werd reeds een vergelijkbaar economisch onderzoek uitgevoerd om de maatschappelijke kosten van ondervoeding in Nederland in kaart te brengen. Toen werden de totale maatschappelijke kosten van ondervoeding ingeschat op € 1,8 miljard per jaar. Aangezien er in 10 jaar tijd veel veranderd is, werd een nieuwe analyse noodzakelijk geacht.  

Ondervoeding in Nederland 2024 grafiek

 

Het huidig onderzoek stelde 2 doelstellingen:

  1. Het bepalen van de kosten van onbehandelde ondervoeding in Nederland (uitgaande van de zorgkosten in 2023).

  2. Het bepalen van de kosten en de baten van de behandeling van ondervoeding. Meer specifiek de dieetbehandeling met zo nodig gebruik van medische drinkvoeding in ziekenhuizen, zorginstellingen (intramuraal) en thuis (extramuraal, met of zonder thuiszorg) in 2023.

 

De belangrijkste resultaten kunnen als volgt worden samengevat:

  • De directe medische kosten van onbehandelde ondervoeding worden geschat op € 3 miljard in het jaar waarin de ondervoeding optreedt. Dit is 3,4% van de totale jaarlijkse zorgkosten in Nederland in 2023!

  • De totale kosten van onbehandelde ondervoeding in het jaar van optreden van de ondervoeding bedragen € 5,4 miljard. Hieronder vallen: niet-medische kosten, indirecte kosten aan arbeidsverzuim en de kosten door verlies aan QALYs (Quality Adjusted Life Years - d.w.z. de winst in de voor kwaliteit gecorrigeerde levensjaren).

  • Wanneer iemand 5 jaar lang onbehandeld blijft voor ondervoeding kunnen deze kosten oplopen naar € 15,0 miljard.

  • M.b.t. de kosten en baten kan het volgende worden samengevat: de kosten voor de behandeling van ondervoeding worden berekend op € 360 miljoen. De daaraan gelinkte baten van directe medische kosten door behandeling van ondervoeding worden berekend op € 583 miljoen. De behandeling van ondervoeding levert hierdoor een netto besparing van directe medische kosten op van € 223 miljoen (€ 583 miljoen - € 360 miljoen). Wanneer de overige kosten in het jaar van optreden van de ondervoeding hierbij op worden geteld loopt dit zelfs op naar een netto kostenbesparing van € 749 miljoen (denk hierbij aan besparingen op niet-medische kosten, lagere indirecte kosten aan arbeidsverzuim en lagere kosten door minder verlies aan QALYs). Als deze analyse verder wordt uitgebreid tot 5 jaar lopen de netto besparingen verder op naar € 5,2 miljard!

  • Door de behandeling van ondervoeding leven mensen langer, deze extra levensjaren brengen echter wel kosten met zich mee. Om hier meer inzicht in te verkrijgen werd er ook gekeken naar de doelmatigheid van de behandeling van ondervoeding over een levenslange periode. Dit werd berekend door de netto extra kosten door de behandeling van ondervoeding, zonder de monetaire waarden van de QALYs, te delen door de winst in QALYs. Hierdoor krijg je uiteindelijk een waarde voor de kosten per QALY; voor de behandeling van ondervoeding werden deze berekend op € 15.552. In Nederland is men bereid om € 20.000 tot € 80.000 per QALY te besteden, afhankelijk van de ziektelast. Met een kost per QALY van € 15.552 kan de behandeling van ondervoeding als zeer doelmatig worden beschouwd.

Ondervoeding in Nederland 2024 grafiek kosten

 

In het kort:

  • Elke geïnvesteerde euro die besteed wordt aan de behandeling van ondervoeding levert € 2,08 op (€ 749 miljoen /  €360 miljoen) in het jaar van het optreden van de ondervoeding.

  • Wanneer deze analyse wordt uitgebreid over 5 jaar, levert elke geïnvesteerde euro € 14,44 op (€ 5,2 miljard / € 360 miljoen).

 

Concluderend kan dus gesteld worden dat de behandeling van ondervoeding op zowel korte als lange termijn kostenbesparend is.

 

Het volledige Nederlandstalige rapport kunt u hier zelf nalezen.

 

Wist u dat er ook gevalideerde screeningstools beschikbaar zijn om ondervoeding te checken bij ouderen? Het invullen van de volledige MNA duurt 10 tot 15 minuten, klik hier om de MNA te bekijken. 

 

Dit rapport werd mede mogelijk gemaakt dankzij de MNI GROW 6 van de "Medical Nutrition Industry" (MNI).

Ondervoeding rapport Mark Nuijten
Main Category
Article Type
Image Type Desktop
Ondervoeding Rapport 2024 Nederland
Medical Speciality
Anonymous access
Aan

Ondervoeding in België - voedingspeiling 2022-2023

2% van de Belgen ouder dan 65 jaar is ondervoed en 29% loopt risico op ondervoeding. Is uw patiënt ondervoed?

Ondervoede mensen hebben meerdere symptomen, zoals verlies van eetlust, onvermogen om te kauwen of te slikken, verminderde spierkracht, onvrijwillig gewichtsverlies, ontstekingen, enz. Ondervoeding heeft lichamelijke en psychische gevolgen die kunnen leiden tot een verminderde kwaliteit van leven.

Sciensano voerde een studie uit bij Belgen van 65 jaar en ouder aan de hand van een vragenlijst genaamd "self Mini Nutritional Assessment" (self MNA). Om de resultaten te lezen, gelieve in te loggen.

Ondervoeding is een veel voorkomende en onderschatte aandoening, vooral bij de oudere bevolking. De voedingstoestand van ouderen hangt af van vele factoren, zoals fysiologische veranderingen die verband houden met veroudering, de langetermijneffecten van een chronische ziekte of het nemen van medicijnen, maar wordt ook beïnvloed door psychologische factoren of levensomstandigheden, zoals een persoon die alleen woont of in rouw is.

Ondervoeding kan aanzienlijke gevolgen hebben, zoals een verhoogde mortaliteit, een grotere kans op infectie of een verminderde kwaliteit van leven.1

Het is belangrijk om ondervoeding zo snel mogelijk te diagnosticeren om zo snel mogelijk in te grijpen door voedingsondersteuning te bieden en verdere achteruitgang te voorkomen en de toestand van de patiënt te verbeteren. De Mini Nutritional Assessment (MNA) maakt het mogelijk om het risico op ondervoeding in te schatten en ondervoede ouderen te identificeren.2  Om toegang te krijgen tot de interactieve tool, klikt u op deze link.

Voor zelfstandig wonende ouderen is er een zelfevaluatie versie van opgezet onder de naam "self-MNA".3

Sciensano bestudeerde het risico op ondervoeding bij de Belgische bevolking ouder* dan 65 jaar. Deelnemers van 65 jaar en ouder vulden de self-MNA-vragenlijst in om hun voedingstoestand te beoordelen op basis van de behaalde score.4

Hier zijn enkele belangrijke bevindingen uit deze studie:

  • 2% van de ouderen ≥ 65 j is ondervoed en 29% van deze populatie loopt een risico op ondervoeding. Vrouwen hebben meer kans op ondervoeding en lopen een hoger risico op ondervoeding dan mannen:

Risico op ondervoeding in België

  • Uit de analyse per regio, bleek dat het percentage ondervoeding in Brussel hoger was en dat het risico op ondervoeding in Wallonië hoger was in vergelijking met Vlaanderen of Brussel:

Ondervoeding per region in België

 

Voor meer informatie kunt u terecht op de pagina van Sciensano

*Ouderen (65+) in woonzorgcentra of die in het ziekenhuis zijn opgenomen of die niet zonder hulp konden worden geïnterviewd (bijv. personen met dementie) zijn hierin niet meegenomen.

 

Referenties:

  1. Guigoz Y, Vellas B, Garry PJ. Assessing the nutritional status of the elderly: The Mini Nutritional Assessment as part of the geriatric evaluation. Nutr Rev. 1996 Jan;54(1 Pt 2):S59-65. doi: 10.1111/j.1753-4887.1996.tb03793.x. PMID: 8919685
  2. Vellas B, Villars H, Abellan G, Soto ME, Rolland Y, Guigoz Y, Morley JE, Chumlea W, Salva A, Rubenstein LZ, Garry P. Overview of the MNA--Its history and challenges. J Nutr Health Aging. 2006 Nov-Dec;10(6):456-63; discussion 463-5. PMID: 17183418.
  3. Donini LM, Marrocco W, Marocco C, Lenzi A. Validity of the Self- Mini Nutritional Assessment (Self- MNA) for the Evaluation of Nutritional Risk. A Cross- Sectional Study Conducted in General Practice. J Nutr Health Aging. 2018;22(1):44-52. doi: 10.1007/s12603-017-0919-y. PMID: 29300421.
  4. Risico op ondervoeding bij ouderen, Voedselconsumptiepeiling 2022-2023, Juni 2024, Brussel, België, https://www.sciensano.be/nl/resultaten-van-de-nationale-voedselconsumptiepeiling-2022-2023/gewichtstoestand-en-eetstoornissen/risico-op-ondervoeding-bij-ouderen
Sciensano Report 2024: Ondervoeding in Belgie
Main Category
Article Type
Image Type Desktop
Sciensan studie 2024: Ondervoeding in België bij ouderen
Medical Speciality
Anonymous access
Uit

Special Olympics België

Tijdens de Nationale spelen van Special Olympics Belgium (SOB) te Mechelen kregen de atleten de kans om hun gezondheid te laten screenen dankzij het Healthy Athletes Program. Gezondheid is uiteraard enorm belangrijk voor een atleet om goed te presteren. 

Special Olympics Belgium heeft daarom een heel mooi initiatief opgezet waarbij de atleten meer te weten kunnen komen over hun gezondheid.

Tijdens de Nationale spelen van Special Olympics Belgium (SOB) te Kortrijk kregen de atleten de kans om hun gezondheid te laten screenen dankzij het Healthy Athletes Program. Gezondheid is uiteraard enorm belangrijk voor een atleet om goed te presteren. Special Olympics Belgium heeft daarom een heel mooi initiatief opgezet waarbij de atleten meer te weten kunnen komen over hun gezondheid. 

Health Promotion is een educatief programma over voeding en een gezonde levensstijl en past binnen het gezondheidsprogramma ‘Healthy Athletes Program’. Bij het Health Promotion programma worden atleten die deelnemen aan de Nationale Spelen van Special Olympics Belgium gescreend op o.a. lichaamsgewicht en BMI, bloeddruk, voedingsgewoonten en botdensiteit. De atleten krijgen praktische tips rond gezondheid op een laagdrempelige manier. 

Op initiatief van Diane Buekers (voormalig Clinical Director Health Promotion SOB) en Nolanda Van Well (Nestlé Health Science) zijn er 2 testjes voor slikken en kauwen bijgekomen om snel te achterhalen of doorverwijzing naar de logopediste geadviseerd wordt en om de awareness onder de deelnemers rondom kauw- en slikproblemen te vergroten. Uit literatuuronderzoek van de studenten blijkt ook nog eens dat “Bij het ouder worden we een toename zien van kauw- en slikproblemen bij mensen met een verstandelijke beperking”. De bachelor studenten logopedie van de Arteveldehogeschool zullen verder werken aan de optimalisatie van deze screeningslijst. 

Screenen op kauw- en slikproblemen gebeurt al sinds 2019. Arteveldehogeschool Gent neemt al het tweede jaar op rij deze SlikSignaleringsLijst (SSL) af om kauw- en slikproblemen bij de atleten te kunnen waarnemen en eventueel door te verwijzen voor verder onderzoek bij een arts of logopedist. Uit de gegevens van 2022 bleek dat er bij 30% van de atleten doorverwijzing aanbevolen werd. 

Voor de studenten was het een meerwaarde in hun opleiding als logopedist. Zo'n 280 atleten werden gescreend en hebben een advies gekregen tijdens de Nationale Spelen SOB eind mei 2025.

Wat is dysfagie? Dysfagie is de term die wordt gebruikt om kauw- en slikproblemen te beschrijven. Het kan grote gevolgen hebben, zoals ondervoeding, uitdroging en aspiratiepneumonie. Herkenbare symptomen tijdens het eten of drinken bij dysfagie: verslikken, kokhalzen, alles lang in de mond houden, hoesten, pijn tijdens het slikken, overmatig speekselverlies. 

Het is belangrijk om allen alert te zijn voor dysfagie (kauw- en slikproblemen) en om de symptomen te herkennen en te signaleren. De gevolgen van dysfagie kunnen ernstige impact hebben op de gezondheid indien ze niet worden opgemerkt. 

Ken jij iemand uit je omgeving met mogelijks kauw- en slikproblemen? Doe de test en zoek uit of het dysfagie is. 

*De SSL is een test is gebaseerd op de TOMASS test en de sliksnelheidstest. 

De SlikSignaleringsLijst (SSL) is mogelijk gemaakt dankzij: 

  • Diane Buekers & Nolanda van Well van Haare
  • Studenten/Afgestudeerden Arteveldehogeschool: Laïs Dewaele, Sarah Drijkoningen, Lonne Cerpentier, Febe Herpoel, Lynh Gierech, Jana Steeman, Wannes Gosseye, Noor Gevaert
  • Promotoren: Nolanda van Well van Haare, Riet De Paermentier & Anne-Sophie Beeckman
  • Experten: Marleen D’hondt, Wendy De Bruycker, Chris Rampelbergh & Karen Van Hulst
  • Clinical Directors: Inge Mommen en Esther van Rems
Slik Signalerings Lijst
Main Category
Article Type
Image Type Desktop
Slik Signalerings Lijst
Medical Speciality
Anonymous access
Uit