Sorry, you need to enable JavaScript to visit this website.

Deze website is exclusief voor zorgprofessionals in Nederland en België

Taal:

Open Menu
Custom Class
item--scientific-publications

Herziene richtlijn: Screenen op ondervoeding met MNA-sf

In januari 2026 werd de Nederlandse richtlijn “ondervoeding bij ouderen met een kwetsbare gezondheid” herzien door de werkgroep van de Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie (NVKG). Een aanbeveling die hier naar voren kwam, ging over de screening bij ondervoeding. Tot hiertoe gebruikten de meeste ziekenhuizen de screeningtools MUST of de SNAQ maar in deze herziening wordt aanbevolen om de MNA®-SF (Mini Nutritional Assessment – Short Form) te gebruiken bij ouderen die opgenomen zijn in het ziekenhuis.

Herziene richtlijn ondervoeding bij ouderen met een kwetsbare gezondheid adviseert MNA®-SF als screeningstool

Ondervoeding blijft een frequent (onderbelicht) probleem waar verschillende patiëntenpopulaties mee te kampen hebben, zo ook gehospitaliseerde ouderen. Ondervoeding kan verschillende negatieve gevolgen met zich mee brengen waaronder minder goede kwaliteit van leven, een langer ziekenhuisverblijf en meer risico’s op complicaties. Hierdoor is het belangrijk om (risico op) ondervoeding tijdig op te sporen door een adequate screening uit te voeren opdat er tijdig een correcte diagnose gesteld kan worden alsook een gepaste interventie kan gestart worden.

Tot hiertoe werden in ziekenhuizen vaak de SNAQ en MUST vragenlijsten ingezet als screeningstool voor (risico op) ondervoeding maar recente richtlijnen in Nederland adviseren nu om bovenstaande tools te vervangen door de gevalideerde MNA®-SF (Mini Nutritional Assessment – Short Form):

Screen ouderen met een kwetsbare gezondheid die worden opgenomen in het ziekenhuis op het risico op ondervoeding binnen 24 uur na opname: Gebruik hiervoor bij voorkeur de MNA®-SF.

De MNA®-SF is specifiek ontwikkeld voor oudere patiënten (≥65 jaar) en laat een accuratere inschatting toe van het risico op ondervoeding, doordat er meer parameters bevraagd worden dan enkel het gewicht. Daardoor voldoet deze screeningtool aan de Global Leadership Initiative on Malnutrition (GLIM-criteria).

In de MNA®-SF screeningstool wordt er gepeild naar volgende aspecten:

  • Minder eten
  • Gewichtsverlies gedurende de afgelopen maanden
  • Mobiliteit
  • Psychische stress of een ernstige ziekte
  • Neuropsychologische problemen
  • Body Mass Index (BMI)

Met deze herziening van de richtlijn, wordt er niet alleen getoond dat het belangrijk is om een screeningtool voorhanden te hebben die geschikt is voor specifieke noden van de patiënt alsook dat er niet enkel gekeken moet worden naar het gewicht maar ook naar het bredere aspect.

Raadpleeg de volledige richtlijn hier.

Ondervoeding richtlijnen 2026
Main Category
Article Type
Image Type Desktop
Ondervoeding richtlijnen 2026
Medical Speciality
Anonymous access
Uit

Ondersteuning van kinderen met de ziekte van Hirschsprung

Patiënten met de ziekte van Hirschsprung hebben een aangeboren afwijking waardoor de zenuwcellen in bepaalde delen van hun darmen niet of minder goed werken. Dit kan leiden tot o.a. obstipatie en een moeilijke stoelgang. In deze studie werd onderzocht wat het effect is van een nutritionele interventie voorafgaand aan een operatie. Meer weten? Lees hier het volledige artikel.

Pre-operatieve nutritionele ondersteuning van kinderen met de ziekte van Hirschsprung: een prospectieve multicenter open-label gerandomiseerde klinische studie

De ziekte van Hirschsprung is een zeldzame aangeboren afwijking waarbij een deel van de darmen geen aansturing krijgt vanuit de zenuwcellen. Er wordt geschat dat ongeveer 1 op de 5000 geboortes een kindje is met de ziekte van Hirschsprung. Dit kan leiden tot problemen met de ontlasting waarbij ernstige verstopping (obstipatie) vaak het gevolg is. De niet functionele delen van de darmen worden vaak al op jonge leeftijd operatief verwijderd. De optimale timing voor een dergelijke operatie blijft tot op heden een punt van discussie onder chirurgen. Waar men het wel over eens is, is het feit dat de nutritionele status van de patiënt optimaal zou moeten zijn, maar de kennis hierover is echter nog beperkt. Wat wel bekend is, is dat ondervoeding voorafgaand aan de operatie veel voorkomt bij deze patiënten, evenals een te laag gewicht voor de leeftijd van de kinderen (weight-for-age-z-scores); dit laatste wordt ook gelinkt aan een verhoogd risico van post-operatieve complicaties zoals enterocolitis. 

Volgens de ESPEN richtlijnen zouden patiënten die gepland staan voor een grote chirurgische ingreep met een hoog risico op ondervoeding, 7 tot 14 dagen voorafgaand aan de operatie nutritionele supplementen moeten ontvangen. In deze studie werden 110 patiënten geïncludeerd (leeftijd: 1 maand tot 5 jaar oud) waarvan 55 patiënten pre-operatieve nutritionele ondersteuning kregen en 55 andere patiënten standaard medische ondersteuning. 

De pre-operatieve ondersteuning bestond uit:

  • Een hoog calorische voeding, de Peptamen Junior, bij kinderen van 1 jaar en ouder; of
  • Een hoog calorische voeding, Alfaré, voor kinderen jonger dan 1 jaar, wanneer borstvoeding alleen niet voldoende was*

Belangrijkste resultaten 

Drie maanden na de operatie was de incidentie van enterocolitis significant lager in de groep die pre-operatieve nutritionele ondersteuning kreeg. Deze resultaten tonen aan dat pre-operatieve nutritionele ondersteuning het risico op post-operatieve enterocolitis verlaagd bij kinderen met de ziekte van Hirschsprung. Daarnaast had de groep die pre-operatieve nutritionele ondersteuning kreeg ook betere "weight-for-age-z-scores" en een BMI op de dag van de chirurgische ingreep. 

 

Meer weten? Bekijk hier de volledige studie. 

 

Referentie: Zhang, Hy., Chen, K., Zhang, Y. et al. Preoperative nutritional support in children with Hirschsprung disease: a prospective multicenter open-label randomized controlled trial. Nat Commun 16, 11171 (2025). https://doi.org/10.1038/s41467-025-66541-x

 

*Borstvoeding is de beste keuze voor een baby.

Zhang et al. 2025
Main Category
Article Type
Image Type Desktop
Zhang et al. 2025
Medical Speciality
Anonymous access
Uit

Plantaardige vs. standaard sondevoeding: een goede keuze?

Steeds meer mensen kiezen voor een plantaardig dieet. Maar wat als je ziek wordt en sondevoeding nodig hebt? Is plantaardige sondevoeding dan een goed alternatief op standaard sondevoeding die vaak op basis van dierlijke eiwitten wordt geproduceerd? In deze paper werd precies dat onderzocht. Log in en lees meer hierover!

Multicenteronderzoek naar de gastro-intestinale tolerantie, therapietrouw en acceptatie van een nieuwe plantaardige sondevoeding 

Introductie 

Steeds meer mensen kiezen voor een plantaardig dieet, ook patiënten lijken deze trend steeds meer te willen doortrekken in hun behandeling. Er zijn echter niet veel plantaardige sondevoedingsopties beschikbaar. De huidige soja-gebaseerde formules zijn niet altijd vegan-proof, worden soms slecht verdragen en bevatten relatief weinig calorieën en eiwitten. Er blijkt een behoefte te zijn aan een hoog-energetische, eiwitrijke, volledig plantaardige sondevoeding zonder melk of soja. Deze studie onderzocht de gastro-intestinale tolerantie, acceptatie, therapietrouw en tevredenheid van de Compleat Plant Protein 1.6, een plantaardige sondevoeding op basis van erwten eiwitten. 


 

Belangrijkste resultaten uit deze studie op een rij: 

  • Zeer hoge therapie trouw (94% van voorgeschreven volume werd geconsumeerd)
  • Vergelijkbare GI symptomen als bij de gebruikelijke sondevoeding van de patiënt, waarbij een kwart van de patiënten significante verbetering van de symptomen observeerden
  • Patiënten waren tevreden over het product

 

Meer weten? Bekijk dan hier de volledige studie.

 

Referentie: Evans J. et al. Clinical Nutrition Open Science, 2026(65):2667-2685.

Compleat Plant Protein Publicatie
Main Category
Article Type
Image Type Desktop
Compleat Plant Protein Publicatie
Medical Speciality
Anonymous access
Uit

Therapeutisch effect van ThickenUP® Gel Express

In deze studie wordt het effect nagegaan van het vloeibaar indikkingsmiddel ThickenUP® Gel Express op de slikfunctie en de hydratatiestatus, alsook op de aanvaardbaarheid, smakelijkheid, therapietrouw en gastro-intestinale klachten bij patiënten met orofaryngeale dysfagie die gedurende 14 dagen dagelijks gebruik maken van ThickenUP® Gel Express. 

Therapeutisch effect op de slikfunctie en hydratatiestatus van een vloeibaar verdikkingsmiddel op basis van xanthaangom bij zelfstandig wonende oudere patiënten die lijden aan orofaryngeale dysfagie.

 

Dysfagie is een veelvoorkomend probleem waarbij orofaryngeale dysfagie (OD) ook veel patiënten treft. In bepaalde patiëntenpopulaties zoals ouderen (>60%) en personen met neurologische aandoeningen (>50%-80%) worden hiervan hoge prevalentiecijfers gezien. OD brengt op zijn beurt verschillende gevolgen met zich mee waaronder penetratie en aspiratie in de luchtwegen (dit wordt vastgesteld via de PAS-penetratie-aspiratiescore) en een hoger risico op dehydratatie. Zo ervaren 19%-100% van patiënten met OD dehydratatie als belangrijke complicatie.

Het gebruik van verdikkingsmiddelen speelt een belangrijke rol in de aanpak van OD en deze studie gaat het therapeutisch effect, hydratatiestatus en de aanvaardbaarheid door de patiënten na van ThickenUP® Gel Express, een vloeibaar en amylase resistent verdikkingsmiddel.

 

Belangrijkste resultaten:

  • Verbetering PAS score & toename in de slikveiligheid met minder penetratie en aspiratie. Er was geen negatief effect op het faryngeaal residu.
  • ThickenUP® Gel Express werd goed geaccepteerd door de patiënten.
  • ThickenUP® Gel Express had een goede tolerantie en patiënten ervaarden geen ernstige gastro-intestinale problemen zoals buikpijn, opgeblazen gevoel, kokhalzen, …
  • De prevalentie van gedehydrateerde patiënten werd met 18,75% verminderd (van 81,25% tot 62,5%).

 

In onderstaande infographic kan u zelf de belangrijkste bevindingen nalezen van deze studie. Download

 

Infografiek: Tomsen 2023 ThickenUp Gel Express

 

Indien u graag de volledige studie leest, klik dan op volgende link.

Referentie

Tomsen, N., Bolívar-Prados, M., Ortega, O., Clavé, P. (2023). Therapeutic Effect on Swallowing Function and on Hydration Status of a New Liquid Gum-Based Thickener in Independently-Living Older Patients with Oropharyngeal Dysphagia. Nutrients. 2023 Oct 31;15(21):4621. doi: 10.3390/nu15214621.

Tomsen 2023 ThickenUp Gel Express
Main Category
Article Type
Image Type Desktop
Tomsen 2023 ThickenUp Gel Express
Medical Speciality
Anonymous access
Uit

Doctoraatsverdediging: CDED-dieet bij de Ziekte van Crohn

Op 16 oktober 2025 verdedigde Rotem Sigall Boneh haar proefschrift over de rol van het Crohn’s Disease Exclusion Diet (CDED) bij de behandeling van de ziekte van Crohn.

Achtergrond 

De incidentie van inflammatoire darmziekten (IBD) neemt wereldwijd toe. De ziekte heeft een multifactoriële oorsprong, waarbij genetische factoren, het immuunsysteem en het darmmicrobioom een rol spelen. Hoewel farmaceutische therapieën vaak effectief zijn in het onderdrukken van ontstekingen, pakken ze de onderliggende oorzaken van de ziekte niet aan. Eerder onderzoek heeft aangetoond dat het Exclusieve Enterale Voedingsdieet (EEN) een hoge remissiegraad kan opleveren na zes tot acht weken behandeling. De toepassing van dit dieet is echter beperkt vanwege de lage therapietrouw en het sterk beperkende karakter ervan. 

 

Onderzoeksdoel 

Het doel van Mevrouw Boneh’s doctoraatsonderzoek was om het Crohn’s Disease Exclusion Diet (CDED) verder te onderzoeken. De focus lag op: het begrijpen van de mechanismen tussen het microbioom en de gastheer, het identificeren van voorspellers van de behandelrespons, en het verbeteren van de toepasbaarheid van dieetinterventies bij verschillende patiëntengroepen. 

 

Onderzoek en Resultaten 

Dit doctoraatsonderzoek bestudeerde zowel kinderen als volwassenen met de ziekte van Crohn. Bij kinderen bleek na zes weken behandeling met het CDED-dieet, ondersteund door Modulen®, de tolerantie aanzienlijk beter dan bij het EEN-dieet. De meeste kinderen bereikten remissie na zes weken, en deze remissie bleef behouden. Bij volwassenen werden ook positieve effecten waargenomen, hoewel de therapietrouw uitdagender was. Toch toonde het onderzoek aan dat het dieet leidde tot klinische en biochemische verbetering en een gunstige invloed had op het microbioom. 

 

De effectiviteit van het CDED-dieet lijkt verband te houden met: 

  • een toename in microbiële diversiteit
  • een toename van gunstige bacteriën en een afname van pathogene soorten
  • verbeterde intestinale permeabiliteit
  • veranderingen in het tryptofaanmetabolisme, wat mogelijk een rol speelt in immuunregulatie

 

Discussie en Vragen van de Commissie 

Rotem thesis

Na de presentatie stelde de doctoraatscommissie verschillende diepgaande vragen, waaronder: 

  • Is het nodig om het dieet te starten met twee weken EEN? Volgens de onderzoeker is dit waarschijnlijk niet nodig, behalve bij ernstig zieke patiënten.
  • Spelen probiotica een rol bij patiënten met de ziekte van Crohn? Momenteel is er geen wetenschappelijk bewijs dat het gebruik van probiotica in deze context een rol speelt.
  • Hoe lang moeten patiënten het CDED-dieet volgen, en kunnen ze overstappen op een mediterraan dieet? Dit is nog onderwerp van lopend onderzoek.
  • Welke principes van het CDED zijn het belangrijkste om te behouden? Mevrouw Boneh benadrukte het belang van voldoende inname van fruit en groenten en het beperken van bewerkte voedingsmiddelen." 

 

Conclusie 

Het doctoraatsonderzoek van Rotem Sigall Boneh biedt belangrijke inzichten in de rol van voeding bij de ziekte van Crohn. Het CDED-dieet blijkt een veelbelovende, beter haalbare behandelingsoptie te zijn die niet alleen leidt tot klinische remissie, maar ook bijdraagt aan het herstel van de darmgezondheid via gunstige veranderingen in het microbioom. 

Lees het volledige proefschrift via: https://dare.uva.nl/search?identifier=15e510db-c7c2-42c2-9032-eb7c387eb75b 

Meer over Modulen® weten? Klik hier

Rotem Thesis
Main Category
Article Type
Image Type Desktop
Rotem Thesis
Medical Speciality
Anonymous access
Uit

Nutritionele aanpak van gehospitaliseerde kinderen in België

Dit vervolgonderzoek gaat over de nutritionele aanpak bij gehospitaliseerde kinderen in Belgische ziekenhuizen. Er werd gepeild naar onder meer de aanwezigheid en rol van diëtisten, de gebruiken voor screening naar en aanpak van ondervoeding en de opvolging na ontslag uit het ziekenhuis. Er werd een positieve maar beperkte verbetering van de nutritionele aanpak waargenomen. Verschillende barrières die reeds in het eerste onderzoek werden vastgesteld, werden ook vastgesteld in dit vervolgonderzoek.

Ziekte-gerelateerde ondervoeding bij gehospitaliseerde kinderen blijft een aandachtspunt met verschillende nadelige gevolgen waaronder een hoger risico op complicaties, een langer ziekenhuisverblijf en bijgevolg hogere gezondheidskosten. Hierdoor is het voorkomen en tijdig opsporen van ziekte-gerelateerde ondervoeding van groot belang en dient er een goede nutritionele aanpak voorhanden te zijn in de ziekenhuizen. In dit onderzoek werd aan 90 Belgische pediatrische ziekenhuisafdelingen gevraagd op welke manier de gehospitaliseerde kinderen gescreend worden op ondervoeding, hoe dit wordt aangepakt en wat de rol van de diëtiste hierin is. Er werd ook navraag gedaan naar de mogelijke barrières die de zorgverleners ondervinden bij het aanbieden van een adequate nutritionele zorg, alsook naar interesse in bijkomende opleiding. De antwoorden werden vergeleken met deze uit 2014 zodat ook kan nagegaan worden of de aanbevelingen van een werkgroep van ESPGHAN een belangrijke impact hebben op de dagelijkse praktijk. 

Belangrijkste inzichten: 

  • Systematische screening naar de voedingsstatus van een patiënt, gebeurt in 32,8% van de bevraagde ziekenhuizen.
  • De meerderheid van de deelnemende ziekenhuizen (59%) gaf aan enkel te screenen indien er een klinisch vermoeden was van ondervoeding of moeilijkheden tijdens het eten.
  • De meerderheid van de deelnemende ziekenhuizen (67,2%) gebruikte voor de screening geen screening tools. De ziekenhuizen waar er wel gescreend werd, maakten voornamelijk gebruik van de tool, STRONGkids (29,5%).
  • De meest voorkomende barrières om te screenen op ondervoeding waren het gebrek aan tijd en kennis en een tekort aan personeel.
  • De meest voorkomende barrières om de voedingstoestand te objectiveren waren eveneens gebrek aan tijd en kennis.
  • Bij de barrières om malnutritie aan te pakken, werd naast gebrek aan tijd en kennis , ook het ontbreken van terugbetaling van de behandeling als een belangrijke reden gegeven.
  • Slechts 19,7% van de deelnemende ziekenhuizen heeft een protocol voor de behandeling rond ondervoeding.
  • 91,8% van de deelnemers gaven aan geïnteresseerd te zijn in een workshop om voedingszorg te verbeteren waarbij 83,6% interesse toont voor een uitgewerkt protocol en 82% voor opleiding in een klinische setting.
  • Hoewel het aantal diëtisten is toegenomen t.o.v. 2014, tonen de resultaten dat zij toch niet steeds systematisch bij de nutritionele aanpak van gehospitaliseerde patiënten betrokken zijn.
  • Dit onderzoek laat een bemoedigende, maar nog beperkte vooruitgang zien in de de nutritionele aanpak in Belgische pediatrische afdelingen. Er lijkt een groeiend bewustzijn van ondervoeding. Echter, er blijven aanzienlijke verbeterpunten bestaan, zoals de betrokkenheid van diëtisten in de klinische praktijk en het gebruik van gestandaardiseerde protocollen voor screening, voedingsbeoordeling en beheer.

Indien u graag meer info wenst, kan u hier de link naar het artikel terugvinden.

Referentie: Destoop, M., Vandenplas, Y., Raes, M., Hauser, B., De Greef, E. & Huysentruyt, K. (2025). Nutritional Care of Hospitalized Children in Belgium: A Follow-Up Survey. Nutrients. 18;17(4):718. doi: 10.3390/nu17040718.

Marlies Destoop
Destoop et al. 2025
Main Category
Article Type
Image Type Desktop
Destoop et al. 2025
Medical Speciality
Anonymous access
Uit

2025 ECCO-richtlijnen voor de voedingsbehandeling van Crohn

De 2025 ECCO-richtlijnen voor de voedingsbehandeling van de ziekte van Crohn zijn nu beschikbaar. Deze richtlijnen markeren een belangrijke stap in de behandeling van inflammatoire darmziekten en benadrukken de effectiviteit van exclusieve enterale voeding (EEN), partiële enterale voeding (PEN) en het Crohn’s Disease Exclusion Diet (CDED). Ontdek de kernpunten en praktische aanbevelingen die u kunnen ondersteunen in uw rol als zorgprofessional. Raadpleeg de richtlijnen voor uitgebreide informatie en inzichten.

Met trots kondigen wij de publicatie aan van de meest recente ECCO-richtlijnen (European Crohn’s and Colitis Organisation) voor de voedingsbehandeling van de ziekte van Crohn, die nu beschikbaar zijn.

Na de ESPEN-richtlijnen van vorig jaar markeert deze update een belangrijke mijlpaal in de behandeling van inflammatoire darmziekten. Ze benadrukken de groeiende erkenning door ECCO — de vooraanstaande wetenschappelijke organisatie in dit vakgebied — van de waarde van exclusieve enterale voeding (EEN), partiële enterale voeding (PEN) en het Crohn’s Disease Exclusion Diet (CDED) gecombineerd met PEN bij het behandelen van de ziekte van Crohn.

 

Kernpunten uit de richtlijnen:
 

  • Statement 3.1 - EEN voor remissie-inductie: Exclusieve enterale voeding blijkt effectief te zijn in het induceren van zowel klinische als endoscopische remissie bij kinderen [EL1]* en volwassenen [EL2] met milde tot matige ziekte. [96.6% consensus]  
  • Statement 3.2 - PEN in hoge volumes: Partiële enterale voeding kan de ziekte-activiteit verbeteren; optimale dosering behoeft nog nadere vaststelling. Een PEN-dosering van ≤50% wordt afgeraden voor remissie-inductie [EL3]. [90.0% consensus]
  • Statement 4.1 - PEN voor onderhoud: Voor het behoud van remissie kan PEN worden ingezet, ook als aanvulling op medicamenteuze therapie. Het bewijs is het sterkst bij inname van meer dan 35% van de dagelijkse energiebehoefte via PEN [EL2]. [96% consensus]
  • Statement 5.1 - CDED met PEN: Het Crohn’s Disease Exclusion Diet in combinatie met PEN wordt aanbevolen voor remissie-inductie bij kinderen [EL2] en kan overwogen worden bij volwassenen [EL3] met milde tot matige ziekte. [100% consensus] 

 

Deze richtlijnen bieden praktische, evidentie-gebaseerde aanbevelingen die u kunnen ondersteunen in uw rol als behandelaar van patiënten met de ziekte van Crohn.

 

Voor het volledige overzicht en meer informatie nodigen wij u uit de richtlijnen te raadplegen via de onderstaande link.

Om de volledige richtlijnen te bekijken, klik hier.

 

* a level of evidence [EL] score

Svolos V, Gordon H, Lomer MCE, Aloi M, Bancil A, Day AS, Day AS, Fitzpatrick JA, Gerasimidis K, Gkikas K, Godny L, Hedin CRH, Katsanos K, Narula N, Russell RK, Sarbagili-Shabat C, Segal JP, Sigall-Boneh R, Sokol H, Wall CL, Whelan K, Wine E, Yanai H, Hansen R, Halmos EP. ECCO Consensus on Dietary Management of Inflammatory Bowel Disease. J Crohns Colitis. 2025 Jul 12:jjaf122. doi: 10.1093/ecco-jcc/jjaf122

ECCO richtlijnen 2025
Main Category
Article Type
Image Type Desktop
ECCO richtlijnen 2025
Medical Speciality
Anonymous access
Uit

Compleat Paediatric als eerste lijns therapie

Sondevoeding op basis van echte ingrediënten: een trend of niet? Uit de resultaten van dit onderzoek blijkt dat het meer is dan alleen een trend. Steeds meer diëtisten gebruiken dergelijke sondevoedingen als eerste keus. Waarom? Lees er hier meer over!

Blended diet lijkt volgens recente studies beter te worden getolereerd in verschillene patiënten populaties dan standaard sondevoedingen. Het is echter niet voor iedereen mogelijk om -al dan niet 100%- over te gaan op blended diet (fijn gemalen voeding, geschikt om door een sonde te gegeven te worden). Om patiënten, ouders en kinderen tegemoet te komen bestaan er daarom sondevoedingen die geïnspireerd zijn op dit principe. Deze sondevoedingen bevatten ingrediënten van echte, herkenbare voeding. In deze studie werd gekeken hoe er op dit moment wordt omgegaan met dergelijke formules in een specialistisch kinderziekenhuis in het Verenigd Koninkrijk.


Belangrijkste resultaten uit deze studie op een rij: 
In totaal werden er 70 kinderen geïncludeerd in deze studie. Uit eerdere studies bleek al dat de switch naar Compleat Paediatric gastro-intestinale (GI) klachten kon verlichten*, vergelijkbare resultaten werden wederom gevonden in dit onderzoek (Figuur 1).

 

Figuur 1. Gerapporteerde GI symptomen voor en na de switch naar Compleat Paediatric. Deze resultaten waren al zichtbaar na slechts 7 dagen.

 Figuur 1. Gerapporteerde GI symptomen voor en na de switch naar Compleat Paediatric. Deze resultaten waren al zichtbaar na slechts 7 dagen.

 

In het gespecialiseerde kinderziekenhuis werden sondevoedingen op basis van echte ingrediënten met name ingezet bij kinderen die GI klachten vertoonden. Er bleek tevens dat steeds meer diëtisten dergelijke formules standaard als eerste keuze inzetten.


Aanbevelingen opgesteld in de publicate op basis van de gevonden resultaten:  
 

  1. Gebruik Compleat Paediatric als 1ste lijn therapie zonder onderliggende GI symptomen.
  2. Gebruik Compleat Paediatric in een acute klinische setting als een compromis wanneer ouders vragen om blended diet.
  3. Gebruik Compleat Paediatric voor kinderen met GI symptomen die de huidige sondevoeding niet goed verdragen.

     

Meer weten? Bekijk dan onderstaande Engelstalige samenvatting of lees hier de volledige studie.

 

Deze browser ondersteunt geen PDF's. Download de PDF om deze te bekijken: Download PDF.

* Wilt u meer weten over deze andere studies? Neem dan contact met ons op!

 

Referentie: O'Connor G et al. J Hum Nutr Diet. 2025 Feb;38(1):e13374. doi: 10.1111/jhn.13374.

O'Connor et al. 2025
O'Connor et al. 2025
Article Type
Image Type Desktop
O'Connor et al. 2025
Medical Speciality
Anonymous access
Uit

De ontwikkeling van de gastro-intestinale disfunctie score

Het is van groot belang om de gastro-intestinale (GI) functie bij kritiek zieke patiënten te bepalen. Tot op heden is er echter geen gevalideerde tool beschikbaar om dat te kunnen doen. De "Gastrointestinal Dysfunction Score" (GIDS), ontwikkeld in 2021, kan hier mogelijk verandering in  brengen... Meer weten? Lees hier een korte samenvatting van het bijbehorende artikel. Daarnaast vind je hier ook de Nederlandse vertaling van de GIDS terug. 

Introductie 

Hoewel al jaren bekend is dat de gastro-intestinale (GI) functie bij kritiek zieke patiënten van grote relevantie is, bestaat er nog geen gevalideerde klinische tool om GI disfunctie te monitoren. Doordat er gewerkt wordt met subjectieve klinische beoordelingen en er een gebrek is aan uniforme definities en biomarkers blijkt de ontwikkeling van een dergelijke tool lastig. In een consensus paper uit 2012 werden simpele definities van GI symptomen gedefinieerd, evenals de definitie van "Acute Gastrointestional Injury" (AGI; acuut gastro-intestionaal letsel). De definitie van AGI bestaat uit 4 ernstniveaus gebaseerd op de beschikbare informatie en deskundige beoordeling. De AGI-waardering werd ontwikkeld om zo meer grip te krijgen op het niet goed functioneren van het maagdarmkanaal in kritiek zieke patiënten, wat zich soms uit als (onderdeel van) meervoudige orgaanfunctiestoornissen. Hoewel AGI een geschikte methode is om een inschatting te geven van de mate van GI disfunctie, is het nog altijd een erg subjectieve methode. Daarnaast wordt er gefocust op 'voedingsintolerantie', een slecht gedefinieerd concept dat sterk afhankelijk is van de lokale voedingsprocedure. Er blijkt dus nog altijd behoefte aan een duidelijk score systeem voor GI disfunctie, met minimale subjectiviteit en maximale reproduceerdbaarheid. In deze studie werd een dergelijk systeem beoordeeld. Het idee is dat deze score: de "Gastrointestinal Dysfunction Score" (GIDS), ofwel op zichzelf gebruikt kan worden om een dergelijke beoordeling te doen, ofwel in combinatie met de "Sequential Organ Failure Assessment" (SOFA) score (Figuur 1). 

 

Sofa score Nederlands

 

Figuur 1. Vertaalde versie van "Sequential Organ Failure Assessment" (SOFA) score, verkregen van Jones AE et al. Crit Care Med. 2009 May;37(5):1649-54. Afkortingen: MAP - mean arterial pressure, SaO2 - perifere arteriële zuurstofverzadiging. aDe PaO2/FIO2-ratio werd bij voorkeur gebruikt. Indien niet beschikbaar, werd de SaO2/FIO2-ratio gebruikt. bVasoactieve medicatie toegediend gedurende ten minste 1 uur (dopamine en noradrenaline μg/kg/min) 

 

De GIDS scorelijst 

De GIDS werd opgesteld in samenwerking tussen 11 intensive care units uit 9 verschillende landen. In totaal werden er 540 patiënten geïncludeerd (median leeftijd: 65 jaar) waarbij de nieuwe GIDS scorelijst werd afgenomen (al dan niet in combinatie met de SOFA score). De resultaten tonen aan dat de GIDS een significante impact heeft op de sterftevoorspelling. Daarnaast werd aangetoond dat de GIDS onafhankelijk geassocieerd kan worden met sterfte wanneer deze in combinatie met de SOFA-score wordt getest. Kortom, de GIDS kan worden gebruikt als een op zichzelf staande score of in combinatie met de SOFA-score. Er werd zelfs aangetoond dat de GIDS de voorspellende kracht van de SOFA-score kan verbeteren. De focus hierbij lag op de voorspelling van de 28- en 90-dagen mortaliteit, deze uitkomstmate werd gekozen omdat de SOFA score is gevalideerd met deze waarden. De vertaling van de GIDS kan hieronder worden terug gevonden. De GIDS volgt de rationaal van de AGI waardering, maar gebruikt hierbij een meer gestructureerde aanpak en vraagt om minder subjectieve gegevens. Hoewel deze studie aangeeft dat het gebruik van de GIDS in de praktijk veelbelovend is, moet de validatie van de score nog plaatsvinden, vervolgonderzoek zal dus uitwijzen of de GIDS inderdaad aanbevolen kan worden voor evaluatie van de GI disfunctie in kritisch zieke patiënten. 

Overzicht van de vertaalde versie van de GIDS: 

 

Sofa score Nederlands

 

Dit artikel is volledig gebaseerd op de publicatie: Reintam Blaser A, et al. Clin Nutr. 2021 Aug;40(8):4932-4940. doi: 10.1016/j.clnu.2021.07.015.

Blaser et al 2021
Article Type
Image Type Desktop
Blaser et al 2021
Medical Speciality
Anonymous access
Uit

Peptamen: betere tolerantie & glycemische controle

Wist u dat 75% van de patiënten op de IC te maken krijgt met gastro-intestinale (GI) intolerantie? 

Uit deze studie, waarin bijna 20.000 patiënten onderzocht werden, blijkt dat 100% wei-eiwit gebaseerde sondevoedingen met ≥50% MCT mogelijk voor verlichting zou kunnen zorgen, niet alleen op het vlak van GI tolerantie, maar ook t.o.v. glycemische controle, ondervoeding en gewichtsverlies. Meer weten? Bekijk hier de volledige samenvatting van deze studie.

Introductie 

Maar liefst één op de drie patiënten in het ziekenhuis krijgt te maken met gastro-intestinale (GI) voedingsintolerantie. Op de intensive care (IC) is de prevalentie zelfs nog hoger: tot 75% van de patiënten op de IC krijgt te maken met GI intolerantie. Dergelijke intoleranties zijn verbonden aan slechtere klinische uitkomsten, een hoger risico op ondervoeding en ook de medische kosten zijn hoger! De patiënten blijven door deze intoleranties langer in het ziekenhuis, hebben meer hulp van de verpleging nodig en gebruiken vaak meer medicatie. Om de GI en metabole tolerantie te verhogen worden er speciale 100% wei-gebaseerde enterale voedingen met ≥50% MCTs (Peptamen®) voorgeschreven die mogelijk voor verlichting kunnen zorgen bij deze patiënten - en dat is precies de hypothese van deze studie! 

 

Onderzoeksgroepen

In deze retrospectieve, cross-sectionele studie werden volwassenen (≥18 jaar) onderzocht die werden opgenomen op de IC tussen oktober 2015 en oktober 2019. Deze patiënten werden onderverdeeld in 3 groepen:

  1. Sondevoeding op basis van partieel gehydrolyseerde 100% wei-eiwitten met ≥50% MCTs (Peptamen®): n = 3242
  2. Andere peptide-gebaseerde sondevoedingen: n = 3121
  3. Sondevoedingen op basis van intacte eiwitten: n = 13316

 

Belangrijkste resultaten op een rij: 

Nguyen 2024 resultaten

 

De grootste verbeteringen van de GI symptomen werden gevonden in de Peptamen groep: 

  • De kans op GI intolerantie was 18% hoger in de groep die andere peptide-gebaseerde sondevoedingen kregen t.o.v. de groep die Peptamen kreeg (p<0,03).
  • De kans op GI intolerantie was 15% hoger in de groep die sondevoeding kreeg op basis van intacte eiwitten t.o.v. de groep die Peptamen kreeg (p<0,03).
  • De kans op hyperglycemie was 81% hoger in de groep die andere peptide-gebaseerde sondevoedingen kreeg t.o.v. de groep die Peptamen kreeg (p<0,001).
  • Ook het gebruik van een rectale katheter, ondervoeding en gewichtsverlies kwamen significant (p<0,05) minder vaak voor in de Peptamen groep t.o.v. de andere 2 groepen. 

Meer weten? Bekijk dan onderstaande infographic of lees hier de volledige studie. 

 

Deze browser ondersteunt geen PDF's. Download de PDF om deze te bekijken: Download PDF.

Deze studie is uitgevoerd in de VS met de Peptamen producten die daar op de markt zijn. Deze zijn vergelijkbaar met de producten die in de BeNeLux op de markt zijn, maar niet 100% identiek.

 

Bekijk het Peptamen® asssortiment

Nguyen Titel
Article Type
Image Type Desktop
Nguyen 2024
Medical Speciality
Anonymous access
Uit